Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aantal rassen in

1910 L 1925

wintertarwe ....... 1 61 137

zomertarwe 16 38

winterrogge : 63 60

zomerrogge ! 2 3

wintergerst 3 27

zomergerst. 39 113

haver 40 104

Welk een gering percentage van het zaai- en pootgoed ten slotte als origineel zaai- en pootgoed door de kweekers geleverd wordt, blijkt ook uit de volgende tabel.

tntalo benoodigd in verbouwd daarvan bij niür-r ,'r, u'-, ha. voor zaai- en erkend kweekers Plantinha- en pootgoed in ha. in ha.

tarwe 1.542.000 94.000 32.000 13.000

winterrogge 4.633.000 356.000 61.000 16.000

haver 3.450.000 174.000 74.000 18.000

aardappels 2.809.000 509.000 onbekend 18.000

In 1925 slaagden de kweekers er slechts in om 50 % van hun origineel tarwezaaizaad af te zetten, zij bleven met 216.000 centenaars zaad ter waarde van 3% millioen mark zitten. Uit onderstaande tabel blijkt welk deel van hun oogst aan origineel zaai- en pootgoed de kweekers niet konden verkoopen.

de kweekers produceer- de kweekers verkochden van de behoefte ten van de behoefte

wintertarwe...... 10 % 5/7%

zomertarwe 21,7 % 10,9 %

winterrogge 4 % 3,4 %

zomerrogge 9,5 % 7,9 %

haver 7,8 5,9 %

wintergerst 23,5 % 9,4 %

zomergerst ! 7,2 % 5,4 %

aardappels i 3,5 % 2,6 %

10 % 21,7 % 4 % 9,5 % 7,8

23,5 % 7,2 % 3,5 %

Sluiten