Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een der eerste doeleinden, waarvoor de ondernemingen zich aaneengesloten hebben, is geweest het verkrijgen van wetenschappelijke voorlichting. De wetenschappelijke voorlichtingsdienst, dien de verschillende cultures elk voor zich geschapen hebben, stelt haar in staat van alles wat de wetenschap voor den landbouw kan doen, gebruik te maken.

De zorg voor gezond en productief plantmateriaal is een deibelangrijkste onderdeelen van den arbeid van dien voorlichtingsdienst. De strijd tegen ziekte in een gewas wordt het best gestreden door een tegen die ziekte immuun ras te gebruiken en iedere cultuur is gebaat bij hoogere productiviteit. De proefstations in de meeste cultures hebben dan ook het voortbrengen van nieuwe rassen als een zeer belangrijk deel van hun taak beschouwd en in het verleden toen nog niet alle ondernemingen in de kosten van deze instellingen bijdroegen, is meerdere malen de vraag opgeworpen, hoe men zou kunnen voorkomen, dat de niet-bijdragende ondernemingen toch profiteerden van de voordeelen der nieuwe rassen. Maar tegenwoordig is dat een vrijwel beslechte zaak, daar immers bijna geen ondernemingen meer buiten de centrale organisaties staan. De strijd gaat nu niet meer tegen Europeesch geleide ondernemingen binnen de landspalen, die kunnen profiteeren van den arbeid door een deel van hen betaald; nu zijn er andere groepen, die van dien arbeid voordeelen kunnen trekken, nl. eenerzijds andere tropische landen met soortgelijke cultures en anderzijds de opkomende inlandsche export-landbouw, die ook met sommige produkten op de wereldmarkt verschijnt. De verschillende cultures in Ned. Indië onderscheiden zich vrijwel alle door een bijzonder hoog wetenschappelijk peil; is het nu billijk, dat eenerzijds het buitenland, anderzijds de inlandsche cultures na korten tijd van alles gratis mee profiteeren, wat door Nederlandsche experts in dienst der cultures gevonden is? Lijdt Nederlandsch Indië „schade door roem", zooals de meest vooraanstaande journalist van Indië, H. C. Zentgraaff in het Soerabayasch Handelsblad (1928) meent? Valt te voorkomen, dat nieuwe hevea-kloonen weldra op Malakka staan en de Javarietkloonen overal in de geheele wereld?

Deze vraag valt niet direct te beantwoorden. Het aspect is in

Sluiten