Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevolking op ruime schaal verkocht. Men rekent dat deze veredelingsprodukten 1% ^ 2 maal zooveel produkt geven. Nieuwe vormen identificeeren is bezwaarlijk.

Hevea.

De rubber leverende boomen, die in Ned. Indië voorkomen, zijn geen succes geweest; de Ficus elastica, waarmee Hofland in 1864 op Soebang de cultuur aanving, heeft al vroeg concurrentie gekregen van de Castilloa elastica uit Midden-Amerika afkomstig en omstreeks 1876 op Java ingevoerd. Ook deze bleek geen succes; alleen Hevea heeft zich gehandhaafd.

Zaden van Hevea brasiliensis werden in 1876 van Santarem in het Amazonegebied naar Engeland overgebracht en de Kew Gardens zonden een aantal plantjes naar Buitenzorg, welke import in 1883 nog eens herhaald werd.

Het grootste deel van het thans met hevea beplante oppervlak is uit willekeurig zaad opgegroeid. De laatste 15 jaren is in toenemende mate „moederboomzaad" (natuurlijk zaad) gebruikt, d.w.z. zaad van goed produceerende boomen, van welk zaad de vader onbekend is. Men meent, dat daardoor 30 % meer opbrengst verkregen wordt. ')

Nog beter resultaten zijn verkregen met oculaties van nauwkeurig op produktievermogen onderzochte kloonen (elite boomen); in ieder geval heeft men bij het gebruik van oculaties minder kans op onaangename verrassingen dan bij gebruik van moederboomzaad. De laatste jaren is het gebruik van deze oculaties sterk toegenomen.

Het allerlaatste streven is evenwel om nu het moederboomzaad tot stand te brengen door gecontroleerde kruising, d.w.z. te zorgen dat twee zeer goede producenten gekruist worden onder uitsluiting van vreemd stuifmeel.2) Dit „legitieme" zaad is evenwel bij ons weten nog niet in den handel verkrijgbaar en de moeilijkheden om het te maken zijn zoo groot, dat het de eerste jaren

') Archief voor de Rubbercultuur, 1930, p. 98. 2) Ibid., 1929, p. 495.

9

Sluiten