Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoogeschool te Batavia, welke commissie voor zoover ons bekend slechts eens vergaderde en waarvan nog geen verslag openbaar gemaakt is; sindsdien hebben crisiszorgen de aandacht meer in beslag genomen en heeft dit vraagstuk blijkbaar gerust.

De suikercultuur deed in 1930 een poging om zich tot zekere hoogte zelf te helpen. In dat jaar werden door het proefstation stekken gedistribueerd eener nieuwe kloon, die het nummer 2961 POJ droeg; die ondernemingen, welke dit materiaal ontvingen, moesten een contract teekenen, dat men als Bijlage 19 afgedrukt vindt. Niet alleen, dat de kooper van deze stekken zich verbond om geen plantmateriaal van deze kloon aan derden te verstrekken, maar schuld of nalatigheid van hemzelf en opzet, schuld of nalatigheid van zijn personeel, die als gevolg zouden hebben, dat de rietkloon in andere handen kwam, zouden hem in een boete van ƒ 5000 kunnen doen vervallen, mitsgaders als nadere straf eventueele uitsluiting van het verder ontvangen van plantmateriaal.

Wat de koopers hier op zich namen, nl. onder alle omstandigheden zorg te dragen dat geen plantmateriaal in andere handen valt, is in de praktijk vrijwel onmogelijk. De rietcultuur van Java wordt gedreven op gronden, die van de inlandsche bevolking gehuurd zijn en meest na 12 a 15 maanden aan den verhuurder teruggegeven worden. De rietplanten zitten een voet diep in den grond en ofschoon bij het snijden der rietstengels zooveel mogelijk van het ondergrondsche deel der stokken mee afgesneden wordt, kan dit niet beletten, dat er toch altijd een deel in den grond blijft zitten. Op deze wijze vallen alle rietkloonen automatisch in handen der inlandsche bevolking in den vorm van ondergrondsche deelen na teruggave der afgesneden riettuinen. Zelfs het afbranden van het droge rietblad op de velden is hiertegen geen afdoende beletsel. De ondergrondsche deelen loopen weer uit.

Nu kan men zeggen, dat in dit speciale geval de onderneming met het oog op de zware boete de uiterste zorg kan en zal besteden aan het uitgraven der onderaardsche stengeldeelen. Dat zal zij zeker, maar het is een illusie dat men er in slagen zou dit voor 100 % te doen. Door steekproeven heeft men op vele ondernemingen bepaald, hoeveel riet er op het veld achterblijft, nl. door na het snijden nog eens een stukje van het veld door apart

Sluiten