Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1931

Rol. No. 156 W.L. No. 1088 (1930)

Bijlage 1.

Vonnis der arrondissementsrechtbank te Winschoten van 20 Maart 1931.

De Arrondissements-recntbank te Winschoten Rechtdoende in hooger beroep in strafzaken tusschen

den Amstenaar van het O.M. bij het Kantongerecht te Zuidbroek voor wien optreedt de Officier van Justitie bij deze Rechtbank

en

A. v. d. L. enz.

en%hn0d°Sut;ddri25mjaiC\5f9Chikking ^ ^ Va" BlnnenL Zaken

Gehoord de getuigen en deskundigen, enz.

Overwegende dat verdachte in eersten aanleg is gedagvaard voor den kantonrechter te Zuidbroek terzake: u*gvaara voor aen

dat hij in de gemeente Nieuwolda op of omstreeks 18 Juli 1930 aardappelen heeft verbouwd, welke behoorden tot de soort „Bravo" zulks hoewel de Min. van Bmnenl. Zaken en Landbouw bij besluit van 25 Tan. 1929 den verbouw van die aardappelsoort met ingang van 1 Jan. 1930 in die gemeente had verboden; J

Overwegende, dat blijkens de aanteekening van het mondeling vonnis waarvan hooger beroep, de verdachte in eersten aanleg is veroordeeld tot „geldboete van veertig gulden, subsidiair twintig dagen hechtenis bij gebreke van betaling of verhaal" D1)

Overwegende, dat deze straf niet in overeenstemming is met de wettelijke '®n' 2angezien krachtens art. 23 Sr vervangende hechtenis eerst wordt toegepast nadat betaling en verhaal der opgelegde boete achterwege zijn gebleven, en opgemeld vonnis derhalve niet in stand kan blijven:

Overwegende, dat ter terechtzitting in hooger beroep hebben verklaard:

getuige Keijer: „dat hij op 18 Juli 1930 aan de getuigen Veenhuizen „RENDTSZEN een perceel land in de gemeente Nieuwolda heeft aan

I 1 u geb™lk was bij verdachte en waarop alstoen aardappelen werden verbouwd ';

^,et^ln t®v®"s. deskundigen Veenhuizen en Barendtszen, ieder voor zich doch gelijkluidend: „dat de getuige Keijer hem op 18 Juli 1930 in de gemeente 'Nieuwolda een perceel land heeft aangewezen als te zijn in gebruik bij den verdachte; dat hij alstoen zag dat op dat perceel land aardappelen waren verbouwd, die behoorden tot de soort „Bravo": dat hij van* het loof"" genoemde soort herkende aan de kleur en den vorm

Overwegende, dat opgemeld ter terechtzitting in hooger beroep voorgelezen °"m' mhoudt: „dat op 25 Jan. 1929 de Min. van Binnenl Zaken

Landbouw, gelet op art. 11 bis der Aardappelwet heeft goedgevonden met ingang van 1 Jan. 1930 te verbieden aardappelen, welke behooren tot de soort Bravo, te verbouwen in de gemeente Nieuwolda"*

Sluiten