Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

na afloop der procedure, bedoeld in alinea 7 van dit artikel, als kweeker beschouwd, tenzij die werkgever in speciale gevallen te dien opzichte met den werknemer een bijzondere regeling heeft getroffen.

11. Door de aanvraag om registratie verklaren aanvragers zich onherroepelijk te onderwerpen aan de Statuten en Reglementen van de Vereeniging en aan de wijzigingen, welke eventueel later daarin op wettige wijze mochten worden aangebracht.

12. Kweekers van geregistreerde soorten verbinden zich bij hunne leveringen aan leden der Vereeniging geen royalties of betalingen van gelijke strekking te zullen heffen na het oogenblik van registratie.

13. De leden der Vereeniging verbinden zich aan het Proefstation jaarlijks in de maand Januari opgave te verstrekken van de oppervlakken maalriet der geregistreerde rietsoort, die door hen in het voorafgaande jaar zijn geoogst, alsmede van de oppervlakken dier soort, die door hen in dat voorafgaande jaar voor den volgenden oogst zijn geplant.

Van de uitgifte der Bibit.

Art. 2. 1. Teneinde recht te kunnen krijgen op de premies, bedoeld in artikel 1, alinea 1, moet de kweeker van een geregistreerde soort door het Proefstation doen constateeren, dat uitgifte van te zamen minstens 100 pikol bibit dier soort aan een of meer leden der „Vereeniging tot het verleenen van premies voor het kweeken van Suikerrietvariëteiten" of beplanting van minstens 2 bouw met die soort door een of meer leden dier Vereeniging heeft plaats gehad na het oogenblik van registratie; deze uitgifte mag geschied zijn hetzij door den kweeker, hetzij door anderen. Een en ander met inachtname van het bepaalde in het 4e lid van dit artikel.

2. Zoodra de in alinea 1 bedoelde constateering heeft plaats gehad, zendt het Proefstation daarvan bericht aan het Bestuur der Vereeniging.

3. Het tijdstip van dit bericht aan het Bestuur wordt genoemd het oogenblik van eerste uitgifte der bibit. Het oogstjaar, volgende op dit tijdstip, v/ordt gerekend aan te vangen op 1 November.

4. Vóór het in alinea 3 bedoelde tijdstip mag, voor zoover aan het Proefstation bekend, niet meer dan 50 bouw maalriet der betreffende rietsoort in Nederlandsch-Indië zijn geoogst; daarbij worden de door den kweeker zeiven geoogste bouws echter niet in rekening gebracht.

Van de Heffingen.

Art. 3. 1. De leden zijn verplicht aan de Vereeniging de in de beide volgende alinea's bedoelde royalty te betalen, met dien verstande, dat een lid, tevens kweeker in den zin van het reglement, geen royalty is verschuldigd voor de op zijn naam geregistreerde rietsoort.

2. Over de eerste drie oogstjaren, volgende op het oogenblik van eerste uitgifte der bibit na de registratie der soort, wordt geen royalty geheven; in volgende oogstjaren wordt royalty geheven voor elke onderneming, die in het betreffende jaar een oppervlak van minstens 20 bouw, of bij ondernemingen, kleiner dan 1000 bouw, van 2 % van haren aanplant van de betreffende rietsoort geoogst heeft.

3. De royalty bedraagt ƒ2.— per bouw maalriet, geoogst in het eerste en het tweede jaar, waarover de betreffende onderneming op

Sluiten