Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de zijvelden zwak ontwikkeld of ontbrekend. Buitenst oortje ontbrekend of klein, binnenst oortje krachtig ontwikkeld, vaak zeer groot, smal driehoekig.

Gewrichtsdriehoeken bronsgroen tot bruinrood.

Bladschijf breed, helder- tot donkergroen.

Vergelijking der kenmerken met die der nieuwste P.O.J.soorten. Van 2714, 2722, 2725, 2822, 2883, 2940, 2944, 2946 en 2952 P.O.J. onderscheidt deze soort zich door haar groene kleur; lichtroze aangeloopen rossen zijn slechts in enkele gevallen aan den tuinrand waargenomen, echter direct van typische rossen der bovengenoemde soorten te onderscheiden.

Van de soorten met groengekleurde stokken valt 2747 P.O.J. van 2961 P.O.J. te onderscheiden door het geheel ontbreken van het rugveld; 2727 P.O.J. door het breede oog met karakteristieken vleugel en de nimmer tonvormige rossen; 2753 P.O.J. eveneens door dit laatste kenmerk. De mogelijkheid tot verwarring met 2878 P.O.J. is het grootst; in volgende kenmerken wijken de beide soorten echter af.

2878 P.O.J.

Rossen cylindrisch tot zwak conisch, aan den oogkant zwak tot duidelijk hol, aan den niet-oogkant gewelfd.

Kleur der rossen grasgroen tot heldergeel in de oudere rossen.

Wasring aan den top der rossen duidelijk; waslaag gelijkmatig verdeeld.

Bladscheedelitteeken onder het oog weinig afstaand; bladscheede niet of ternauwernood uitgezakt.

Oogen breed ovaal tot omgekeerd eirond.

2961 P.O.J.

Rossen cylindrisch tot tonvormig, aan den oogkant tot zwakgewelfd, aan den niet oogkant duidelijk gewelfd.

Kleur geelgroen tot geel, vaak met roode zonnebrandvlekken.

Wasring geleidelijk in de waslaag overgaand, waslaag boven den groeiring vooral boven het oog dun tot ontbrekend.

Bladscheedelitteeken onder het oog duidelijk afstaand; bladscheede duidelijk uitgezakt.

Oogen ovaal tot eirond.

In den jongen aanplant is 2961 P.O.J. van 2878 P.O.J. te onderscheiden door in den aanvang meer opgerichte spruiten, het iets meer overhangende donkerder gekleurde en meer glimmende blad.

Sluiten