Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemakkelijker en wijzen verschillende indicaties, met name de alleen uit strategische motieven te verklaren uitbreiding van het Duitsche spoorwegnet in het oeconomisch weinig belangrijke gebied van den Eiffel1, in de richting eener omvatting over het N.

Op grond dezer overwegingen ontwierp generaal Michel een concentratieplan, dat uitging van de schending der Belgische neutraliteit door de Duitsche legers en hun uitbreiding ook benoorden en bewesten de Maas; 2/3 van de Fransche legermacht dirigeerde hij daarom volgens dit plan naar de Noordergrens. Door de verdubbeling van frontlengte, welke hiermede gepaard ging, achtte hij het noodzakelijk, de reservisten direct naast de actieve troepen in te zetten.

In Michels profetisch rapport van 10 Februari 1911 vinden wij de volgende, later door zijn opvolger Joffre deels verwaarloosde, maar door de feiten volkomen bevestigde prognose vastgelegd:

1° - dat de Duitschers de Belgische neutraliteit zullen schenden;

2° - dat zij ook ten W. van de Maas hun invasie door België naar Frankrijk zullen ondernemen;

3° - dat zij hun front tot de Noordzee zullen uitstrekken;

4° - dat zij daartoe een zeer aanzienlijke troepenmacht op de been moeten brengen en dus ongetwijfeld ook hun reservisten onmiddellijk zullen inzetten;

5° - dat van Fransche zijde, wilde men niet numeriek sterk inferieur zijn in den eersten slag, derhalve hetzelfde moet geschieden 2.

Conditio sine qua non van Michels concentratieplan was dus een reorganisatie van het leger, waardoor het gemobiliseerde L. C., beschikkend over alle acht zijn reserve-regimenten, op dubbele sterkte zou worden gebracht. Ook onder het vigeerende Plan XVI vormde ieder L. C. acht reserveregimenten, maar daarvan zouden bij mobilisatie slechts twee, vereenigd tot een brigade, aan het actieve corps worden toe-

1 Cf. A. Marchand, Plans de Concentration de 1871 a 1914 (Paris 1926) p. 189 e.v.

2 Percin p. 49.

Sluiten