Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kreeg generaal Dubail in Rusland de toezegging, dat men nog vóór de volledige concentratie de Duitsche grens zou overschrijden; volgens Joffre: op den zestienden1, volgens Regnault op den achttienden mobilisatiedag 2. De uitbreiding van het spoorwegnet in Russisch Polen was daartoe een eerste vereischte; het benoodigde kapitaal werd gemakkelijk gevonden door een Russische leening die, in Parijs geplaatst, den steun kreeg der Fransche regeering3. Zoo werkten Frankrijks strategie, politiek en traditioneele spaarzaamheid samen, om de gunstigste voorwaarden te scheppen waaronder men, wanneer de oorlogsdreiging werkelijkheid werd, ten strijde zou trekken.

Met de kennis der hier geschetste theorieën, hypothesen en verplichtingen ziet men de atmospheer, waarin Joffre's plannen ontstonden. Als principe stond natuurlijk voorop een zoo snel mogelijk algemeen offensief. Dat eischte de nieuwe doctrine, dat eischte ook de conventie met Rusland: kwalijk kon men van den bondgenoot, die zijn hoofdmacht tegen de Donaumonarchie keerde, verlangen, dat hij ook tegen Duitschland aanvallend zou optreden, wanneer men zich zelf tot het defensief zou bepalen. In zake de krachtenverdeeling en de richting van het offensief werd Joffre's vrijheid beperkt en zijn taak gecompliceerd, daar eenerzijds de verplichting op hem rustte Relgië te ontzien en den kleinen buurstaat geen schijn van reden tot wantrouwen te geven, maar van den anderen kant ernstig rekening moest worden gehouden (niet uitsluitend, maar toch voornamelijk) met de noodzakelijkheid een Duitschen aanval uit het N. te pareeren. Van den beginne bevindt Joffre zich dus in strategisch ongunstige positie tegenover den vijand, van wiens initiatief hij afhankelijk is.

In het algemeen kan men met v. Rernhardi drie types van concentratie onderscheiden: zuiver defensief, alleen om tijd te winnen; strategisch defensief, met de bedoeling om zelf het gunstigste moment voor het offensief te kiezen; strategisch

1 Joffre, Mémoires I p. 129.

2 L.c. p. 373.

3 L. H. Grondijs, De ontplooiing van het Russische Leger in Augustus 1914 (in De (Groene) Amsterdammer van 1 Sept. 1923).

Sluiten