Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daad gemakkelijker over Engelschen en Belgen dan de feitelijke toestand mogelijk maakte: French voerde een zelfstandig commando 1 en van de Belgen was bekend, dat hun krijgsplan een geleidelijk uitwijken voorzag op Antwerpen! Uit een en ander blijkt wel, hoe weinig gedétailleerd de besprekingen tusschen de verschillende stafofficieren voor den

oorlog waren geweest.

Op 20 Augustus bereikten Lanrezacs voorhoeden de Sambre. Het Duitsche I. L. is dan in Brussel, het II. L. tusschen Waterloo en Gembloux, het III. L. bevindt zich tusschen Ourthe en Maas, op weg naar het W., dus tegen Lanrezacs rechter flank. Namen wordt al in het N. ingesloten. De commandant van het 5de L. is terecht bezorgd voor zijn flanken; hij staat veel Noordelijker dan het 4de L. en op French kan hij nog niet rekenen. Hoewel Joffre een direct offensief wenscht, besluit Lanrezac tot eenige dagen uitstel.

Op 21 Augustus begint het in Joffre's opvatting beslissende offensief van zijn centrum. Buffey marcheert uit de streek ten N. van Verdun in richting van Longwy, Arlon, terwijl de Langle links daarvan over de Semoy moet gaan in directie van Neufchateau. Beeds op 23 Augustus is deze „action principale" mislukt. Joffre geloofde hier op te treden met een „supériorité numérique incontestable", maar in werkelijkheid was de vijand, het IV. en het V. L., sterker. Bovendien was aan Fransche zijde de strategische verkenning absoluut onvoldoende geweest, terwijl daarentegen de Duitschers tijdig van de Fransche nadering op de hoogte waren om alle noodige maatregelen te nemen. Bijna overal traden zij volkomen verrassend op. Het onoverzichtelijk terrein versplinterde den slag in een aantal onsamenhangende gevechten. De noodlottige gevolgen van het offensief absolutisme traden hier evenals elders bloedig aan het licht; niettemin meende men in het G.Q.G. de mislukking te moeten verklaren met een: „Décidément, notre armée n'a pas 1'esprit offensif" 2.

1 Cf. h.1. p. 116.

2 Mémoires du Maréchal Gallieni (Paris, 2e tirage, 1926) p. 18. Joffre's rapport van 24 Aug. aan Messimy, minister van Oorlog, geeft dezelfde averechtsche verklaring, die ons, met de feiten voor oogen, welhaast luguber aandoet. Later heeft hij zijn oordeel verzacht. Op 26 Aug.

Sluiten