Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het 4de L. moest retireeren en het 3de, schoon minder geschokt, moest zich daarbij aansluiten; de inderhaast uit zes R.Ds geformeerde Armée de Lorraine onder generaal Maunoury dekte deze beweging afdoende tegen Metz1.

Het is duidelijk, dat Lanrezacs offensief, door het ongelukkige verloop van den strijd in het centrum, tot mislukking gedoemd is. Joffre's bedoeling immers was, dat het 5de L. den vijandelijken rechter vleugel zou vastleggen, terwijl 4de en 3de L. door hun offensief de verbindingen van dien vleugel zouden coupeeren. Dat was mislukt. Bovendien was de vijandelijke rechter vleugel veel sterker dan Joffre had geschat. Lanrezac kwam in gevecht met het II. L., terwijl het Duitsche rechter vleugelleger links van hem de Engelschen overviel, het III. L. opdrong naar zijn rechter flank (affaire d'Onhaye), en de Langle retireerde! In den avond van 23 Augustus gelastte Lanrezac, op eigen initiatief, dan ook het eenig mogelijke en juiste: den terugtocht. De Engelschen sloten zich hierbij aan.

Het Fransche krijgsplan was mislukt2. Kunnen wij ook al de door Joffre hiervan gegeven verklaringen 3 niet geheel verwaarloozen, de voornaamste fouten liggen toch in het plan zelf. Bij de bestaande onzekerheden en verplichtingen ware een strategisch defensief de eenig aannemelijke oplossing geweest. In ieder geval was het vooropgezette denkbeeld van een offensief in Elzas-Lotharingen verwerpelijk. En onvergeeflijk was het negeeren van de steeds duidelijker blijkende uitbreiding van 's vijands rechter vleugel tot ver bewesten de Maas; zonder Lanrezacs doorzicht was een tweede Sedan hier waarschijnlijk geweest. In laatste instantie stuiten wij bij dit alles steeds weer op de eenzijdige theorie van het offensief a tout prix.

schreef hij de mislukking van zijn operatieplan toe „au caractère abrupt et boisé du pays dans les Ardennes et prés de la Meuse" (Sir George Arthur, Kitchener el la Guerre 1914-1916, Paris 1921, p. 67).

1 Cf. h.1. p. 85.

2 Uiteraard is hier de drieledige bataille des frontières slechts globaal geschetst; de twistpunten in de uitvoerige litteratuur dienaangaande vormen een onderwerp van studie op zich.

3 Cf. h.1. p. 8.

Sluiten