Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III

HET DUITSCHE OPERATIEPLAN

Wanneer men in het oog houdt, dat een operatieplan (en dus ook de concentratie) de resultante is van velerlei voor het meerendeel niet constante factoren, dan baart het geen verwondering, dat ook de Duitsche generale staf, hoewel minder vaak van chef wisselend dan de Fransche, tusschen de jaren 1871 en 1914 verschillende operatieplannen heeft uitgewerkt. De internationale politieke verhoudingen, de ontwikkeling der bewapening, de financiëele en oeconomische draagkracht, de uitgebreidheid van het spoorwegnet, de legersterkte, het karakter van eventueele en vaste bondgenooten, de gegevens omtrent den waarschijnlijken vijand, kentering in de strategische en tactische denkbeelden, de persoonlijkheid van den opperbevelhebber, de psychologische waardeering ten slotte van de volksmentaliteit in eigen land en in den vreemde: ziedaar de, naast geographische overwegingen, meest op den voorgrond tredende elementen, waarvan in den modernen tijd der gewapende volkeren de neerslag te vinden is in het plan de campagne.

Reeds de oude Moltke stelde het probleem van den Zweifrontenkrieg. Aanvankelijk, d.w.z. kort na den Fransch-Duitschen oorlog van 1870-'71, geloofde hij, dat een gelijktijdig offensief tegen Frankrijk en Rusland mogelijk was. Weldra (1875) echter wijzigde zich zijn opvatting en besloot hij in geval van oorlog te beginnen met een defensief optreden tegen Rusland en een snel offensief tegen Frankrijk. Een waardeverschuiving in de door ons gememoreerde factoren (met name: het verbond met de Donaumonarchie, de reorganisatie van het Fransche leger en de fortificatie, door den vermaarden generaal Séré de Rivières, aan Irankrijks nieuwe Oostelijke grens) bewerkte in 1879 een radicale verandering van het plan: tegen Rusland zou nu onmiddellijk de aanval

Sluiten