Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gegeven omstandigheden doeltreffender en voor Duitschland noodlottiger zijn geweest.

Een offensief tegen Frankrijk ontmoette op het eerste gezicht niet minder moeilijkheden. De geweldige fortificatie tusschen Verdun en Belfort en de onmogelijkheid, om een leger ter sterkte van een millioen op het betrekkelijk enge gebied tusschen Zwitserland en Luxemburg (of België) tot ontplooiing te brengen, vormden bezwaren, die a priori elk offensief, dat niet met een geweldige meerderheid kon ondernomen worden, tot een bloedig frontaal échec moesten veroordeelen. Dit begreep Schlieffen ten volle. De eenige kans op een snelle en afdoende overwinning scheen hem daarom gelegen in een het Fransche vestingfront ten Z. of ten N. omtrekkende beweging.

Een offensief over het N. moest de voorkeur verdienen. Niet alleen beteekende dit tegelijkertijd een effectieve beveiliging van het zeer belangrijke Rijnsch-Westfaalsche industriegebied, maar voor het meerendeel der Duitsche corpsen liep de kortste weg naar Parijs door België en Luxemburg. Bovendien kon men verwachten, dat land en leger der Zwitsers een Duitsche invasie aanzienlijke moeilijkheden in den weg zouden leggen; de goed gedisciplineerde en toegewijde Zwitsersche militie genoot een uitstekende reputatie, was voortreflijk toegerust en haar infanteristen golden voor Europa's bekwaamste schutters. In België, om van het vrijwel ontwapende Luxemburg te zwijgen, verwachtte men gemaklij ker spel. Daarom werd de overrompeling van beide laatstgenoemde, neutrale staten de basis van Schlieffens plan, dat, hoe grootsch het ook in strategisch opzicht moge zijn opgezet en uitgewerkt, niettemin het brandmerk verdient, waarmede het ten onzent door generaal Snijders werd geteekend: het is een misdadig plan i. Ook door zijn amoralisme, waar het be-

1 De Wereldoorlog op het Duitsche Westfront (Amsterdam 1922) p. 37. Ludendorff zegt in zijn Kriegfiïhrung und Politik (Berlin 1922) p. 70, dat Schlieffen zijn plan ontwierp, „nachdem bei ihm kein Zweifel mehr über die Nichtigkeit der Neutralitat Belgiens waltete"! Andere Duitsche auteurs besluiten uit de in het vorige hoofdstuk gememoreerde besprekingen van 1906 en 1912, tusschen de Engelsche militaire attachés Barnardiston en Bridges en de Belgische chefs van den staf,

Sluiten