Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontworteld: dat Schlieffen, zoodra hij over meer legereenheden kon beschikken dan in 1905 het geval was, zijn rechter en niet zijn linker vleugel daarmede versterkt zou hebben, om, ook wanneer de vijand den strategischen terugtocht koos, zijn plan met succes te kunnen volvoeren. Dat deed Moltke niet. Hij versterkte den linker vleugel, in Lotharingen. Hij zond derwaarts ook de intusschen geformeerde 6V2 ErsatzDivisies en tot overmaat van ramp onttrok hij, toen de operaties eenmaal begonnen waren, zelfs een tweetal corpsen aan den rechter vleugel, om ze naar Oost-Pruissen te transporteeren, waar een inval der Russen dreigde 1.

Vanwaar deze afwijking van Schlieffens ermachtnis ?

Moltke was Schlieffens opvolger, maar wilde daarom nog niet zijn erfgenaam zijn. Kenschetsend is wat hij reeds vóór zijn ambtsaanvaarding, in een brief van 18 Juni 1904, schreef. „Meine Ansicht deckt sich fast nie mit der seinigen. Man kann sich keine grosseren Gegensatze denken, als unsere beiderseitigen Anschauungen." Toen hij de leiding van den generalen staf en daarmede de verantwoordelijkheid voor Duitschlands krijgsplan overnam, was het zijn goed recht de z.i. zwakke of gewaagde punten in Schlieffens concept te herzien; meer dan dat: het was zijn plicht. Niemand mocht van hem verlangen, dat hij een program zou uitvoeren, aan welks doeltreffendheid hij niet kon gelooven. En hij geloofde niet in de dwingende supériorité d'orientation van het grootsche plan zijns voorgangers.

De meest stoute uiting van vertrouwen in zijn plan geeft Schlieffen, wanneer hij door de zwenking van zijn rechter vleugel het Fransche offensief in Lotharingen laat instorten. Moltke kon zich de vraag stellen, of deze consequentie wel zoo onvermijdelijk zou zijn; of niet veeleer het Fransche offensief, doorgezet tegen de zwakke krachten in het Reichsland, en oprukkend naar Mainz, de verbindingen van den bewegenden Duitschen vleugel doodelijk zou bedreigen. De in de Fransche militaire litteratuur steeds duidelijker uitgesproken voorkeur voor een krachtig offensief had hem de overtuiging ge-

1 Cf. h.1. p. 99.

4

Sluiten