Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zouden wij willen zeggen, de oorzaak van het onvoldoende gebruik, dat van de geboden kansen werd gemaakt.

Vat men de mogelijkheden van Moltke's plan in het kort samen, dan komt men tot het volgende resultaat.

Primo: de rechter vleugel voert de door Schlieffen ontworpen operatie uit en wordt versterkt met troepen van den linker vleugel, nadat deze de waarschijnlijk snelle overwinning in Lotharingen heeft bevochten. „Es bot sich hier die Möglichkeit zu frühzeitigen, schwer ins Gewicht fallenden Erfolgen", zegt Ludendorff, „nach denen die hier verwandten Truppen zur rechtzeitigen Verstarkung der bereits herumschwenkenden Heeresfront eingesetzt werden konnten, da nun auch eine Bedrohung der linken deutschen Flanke östlich Metz nicht mehr zu besorgen gewesen ware" 1. Voor het transport dier troepen had generaal Groener, de Feldeisenbahnchef, al voor het einde der concentratie een geweldige hoeveelheid leege wagons, voldoende voor acht Corpsen, achter den linker vleugel vastgehouden.

Secundo: blijkt de Fransche hoofdmacht Zuidelijk van Luxemburg te staan, dan wordt omgekeerd de linker vleugel versterkt uit den rechter.

Tertio: er wordt geen troepenverplaatsing ondernomen, wanneer de vijandelijke positie nergens een inleidend, snel succes mogelijk maakt.

Moltke heeft niet als Schlieffen de groote lijnen van zijn operatieplan op schrift gesteld, maar gelijk bij Joffre leert men zijn bedoelingen kennen uit de instructies aan de legercommandanten. In de Aufmarschanweisungen für das Mobilmachungsjahr 191^i5 speelt de linker vleugel nog een ondergeschikte rol. Wij lezen daar: „Die Hauptkrafte des deutschen Heeres sollen durch Belgien und Luxemburg nach Frankreich vorgehen. Ihr Vormarsch ist — sofern die über den französischen Aufmarsch vorliegenden Nachrichten zutreffen —

Zahl zu erfüllen, als vielmehr darauf, dass das deutsche Heer in seinem Geiste geführt und seine operativen Ratschlage befolgt wurden." 1 Der deutsche Aufmarsch 191b, l.c.; men vergete niet, dat Ludendorff van 1909 tot 1912 chef van de Aufmarschabteilung bij den generalen staf was en ook daarna grooten invloed bij Moltke bezat.

Sluiten