Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teeren. Voor Moltke bleef nu alleen de sub tertio genoemde

mogelijkheid over 1.

Lag de oorzaak hiervan in de afwijking van de door Schlieffen gewenschte krachtenverdeeling? Zeker niet. De hoofdoorzaak ligt o.i. elders: in het ontbreken eener krachtige leiding door Moltke en in het gemis van den scherpen, snellen veldheersblik, die een veranderde situatie met al haar consequenties overziet en de noodzakelijke gevolgtrekkingen weet te maken.

Moltke's plan in Lotharingen was niet a priori tot mislukking gedoemd, integendeel, het had goede kansen op succes. Maar twee condities moesten daartoe vervuld worden: de vijand moest in de val loopen en de Duitsche troepen mochten in geen geval te vroeg tot het offensief overgaan. Het was de taak der O.H.L. geweest, om het tijdstip van het Duitsche offensief te bepalen en zich niet door een legercommandant, al was hij van vorstelijken bloede, het initiatief uit handen te laten nemen. Toen Rupprecht zijn voorstel om ten aanval te gaan motiveerde met de overweging, dat een verder voortzetten van den terugtocht „ein Sinken der Stimmung in der eigenen Truppe und eine Belebung des Angriffsgeistes beim Fremde" 2 ten gevolge zou hebben, toen had de O.H.L. hem duidelijk moeten maken, dat juist een ver doordringend vijandelijk offensief de conditio sine qua non was om den ontworpen aanval op zijn beide flanken met succes te kunnen ondernemen, en dat verder de stemming van den troep, die met beleid zeker op peil te houden was, niet den doorslag mocht geven waar een strategische beslissing op het spel stond. In plaats hiervan legde de O.H.L. er den nadruk op. „unter Hinweis auf die grosse Bedeutung des Ausganges der ersten grossen Schlacht, dass die Verantwortung für die Lösing der den Truppen in den Reichslanden gestellten Aufgabe dem A.O.K. nicht abgenommen werden könnte"3. Rupprecht voerde zijn plan uit. Toen dit niet tot het verwachte groote resultaat had geleid, beging de O.H.L. haar

1 Cf. h.1. p. 52.

2 Weltkrieg I p. 208.

* Ibid. p. 210.

Sluiten