Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Was het wonder, dat Moltke op deze berichten geloofde, dat „die grosse Entscheidungsschlacht im Westen zu unseren

Gunsten geschlagen sei"1?

In waarheid had ook Bülow niet meer dan een „ordinarer Sieg" bevochten. Ook hier was de vernietigende omvatting mislukt. Geen corps des vijands was buiten gevecht gesteld. Steeds had Schlieffen gewaarschuwd tegen de „liebgewordene Gewohnheit der getrennten Teile einer Armee sich zunachst vor der feindlichen Front zusammenzudrangen, ehe sie zum Angriff übergehen"2; juist voor die verleiding is Bülow bezweken. Hij trok Kluck aan naar zijn rechtervleugel en Hausen hield onder zijn invloed zijn leger samengepakt. Een stoute, omvattende, den vijand diep in de flank treffende manoeuvre kwam niet tot uitvoering. Het was ook a priori de groote vraag, of v. Bülow wel de man kon zijn voor zoodanige conceptie. Hij had een voortref lij ken naam in het Duitsche leger, voornamelijk door zijn voorbeeldige scholing van het III. L.C. In gevechtstactiek erkende ieder hem als meester. Maar op het slagveld van 1914 werd meer geëischt: daar was geen tacticus, maar een strateeg noodig. En in dat opzicht was hij Schlieffens antipode. Deze was de profeet geweest van de „breite Schlachtlinie" 3, Bülow bleek de man van de „Massebildung vor der feindlichen Front" *.

Voor den historicus blijft het van secundair belang te onderzoeken wat er gebeurd zou zijn wanneer men anders had ge opereerd. Het blijft speculatief. Men weet nooit, of men den vijand wel voldoende eer bewijst.

Maar men kan toch wel zeggen, dat, niettegenstaande de in 1914 gewijzigde indeeling van krachten, het Duitsche leger in de vierde week van Augustus grooter kans had gehad om het grootste gedeelte der vijandelijke krijgsmacht buiten gevecht te stellen, wanneer een op de hoogte der strategische eischen staande leiding de teugels, aan het Lotharingsche en aan het Belgische front, in handen had gehouden. Nu deze kans ver-

1 Tappen p. 19.

2 Groener p. 14; cf. het citaat uit Schlieffens Cannae h.1. p. 41.

3 Cf. h.1. p. 41.

* Groener p. 20.

Sluiten