Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den naar het theatrale neigenden monarch. Toen hij na zijn manoeuvres van 1909 de hooge orde van den Zwarten Adelaar had gekregen, schreef Moltke aan zijn vrouw: „Ich habe mich förmlich geschamt. Onkel Helmuth gebrauchte einen siegreichen Feldzug dazu, um diese höchste preussische Auszeichnung zu erringen. Wir Epigonen machen das mit drei Manövertagen ab." Dit is natuurlijk uiterst sympathiek, maar het laat tevens vermoeden, dat de neef zich bewust was de mindere te zijn van zijn grooten oom; Schlieffen zou een dergelijke ontijdige onderscheiding aanvaard hebben als een voorschot op den roem, dien hij zich naar zijn vaste overtuiging in een oorlog zou veroveren.

Zoo zijn er meer, recht uit het hart gewelde bekentenissen in brieven aan zijne levensgezellin, waardoor ons Moltke s geestelijke structuur wordt geopenbaard. Smartelijk ondervond hij het gemis van een vaste geloofsovertuiging („ich wate stetig weiter in dem Triebsand der grübelnden Zweifel"), zoodat geen hulplijn naar de eeuwigheid zijn gevoelig gemoed bevrijden kon van een onvrede, die door de onvolkomenheden dezer wereld hem licht tot pessimisme dreef.

Over de voornaamheid en hoogheid van zijn karakter noch over zijn groote militaire bekwaamheden bestaat de minste twijfel. Hij was zeer werkzaam, onzelfzuchtig, plichtsgetrouw en vervuld van een sterk verantwoordelijkheidsgevoel. Ook tegenover den Keizer kwam hij op beslissende oogenblikken onverholen voor zijn grieven uit: een burgermoed, die tegenover den monarch te zelden getoond werd, dan dat hij Moltke niet tot groote eer zou strekken. Een onderhoud met den Keizer in Januari 1905, waarbij hij al wat hem op het hart lag uitsprak („ich glaube, so hat noch nie ein Mensch mit ihm gesprochen"), verzekerde hem het vertrouwen van het hoofd van staat en leger, zoodat Moltke de zware verantwoordelijkheid, die hij als chef van den generalen staf te dragen zou krijgen, durfde aanvaarden. Maar op den critieken dag van 1 Augustus 1914 laat de impulsieve Keizer zich een woord ontvallen, dat Moltke tot in het diepst van zijn kwetsbare ziel heeft getroffen.

Door het bekende telegram van Lichnowsky, den Duitschen

Sluiten