Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ring der Fransche legermacht, welks zwaartepunt op den Westelijken vleugel zal komen te liggen, waar de hoofdmacht des vijands thans overtuigend is vastgesteld: daar moet dus de Fransche manoeuvreer-massa worden gevormd; zoodra deze geconcentreerd is, zal tot het offensief worden overgegaan; Joffre geeft daarvoor een bepaald tijdstip (2 Sept.) aan en een bepaald terrein (Amiens—Péronne—St.-Quentin—Laon —Craonne—Vouziers of Reims).

Een Duitsch militair historicus zegt van deze instructie: „Damit kam in die Leitung der französischen Operationen erst der grosse Zug, ohne den ein Erfolg in einem so gewaltigen Ringen nicht denkbar war" i. Inderdaad blijkt thans Joffre de volgens Clausewitz 2 beste strategie te zullen toepassen: op het beslissende punt zoo sterk mogelijk te zijn.

Het ontstaan dezer instructie zoowel als haar beteekenis zijn het voorwerp geweest van uiteenloopende interpretaties.

Messimy, de toenmalige minister van Oorlog, eischt de eer op, den stoot te hebben gegeven tot de formatie van een nieuw leger op den linker vleugel, het 6de, dat onder bevel komt te staan van generaal Maunoury, wiens Armee de Lorraine immers als zoodanig was ontbonden. In Parijs was door het échec aan de grenzen groote onrust gewekt; het gevaar, dat de vijand binnen een zeer kort tijdsverloop voor Parijs zou staan, baarde te grooter zorg omdat aan de verdedigingswerken van de hoofdstad lang niet met de vereischte energie gewerkt bleek te zijn3; de minister besloot daarom den militairen gouverneur van Parijs, generaal Michel (denzelfde, dien hij in

1 Der Wendepunkt des Weltkrieges von Wilhelm Müller-Loebnitz (Berlin 1921) p. 11.

2 In zijn Vom Kriege, III, Kap. 11 zegt hij: „Die beste Strategie ist: immer recht stark zu sein, zuerst überhaupt, und demnachst auf dein entscheidenden Punkt." Dit principe was door Joffre verwaarloosd in de grensslagen, toen 3de en 4de L., die „1'effort principal" moesten uitvoeren, zwakker waren dan 1ste en 2de L., wier offensief hij zelf karakteriseert als een „effort secondaire".

3 Zie Messimy, Comment j'ai nommé Gallieni (in de Revue de Paris van 15 Sept. 1921); Mémoires du Maréchal Gallieni p. 27 e.v. en daarnaast Généraux Hirschauer et Klein, Paris en Etat de Défense 19'lb Paris 1927) p. 59 e.v.

Sluiten