Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wilde suggereeren, dat het tijdstip gekomen was om het Russische front te versterken. Men zou dan verwachten, dat Bülow den disponibel geworden troepen rust gunde tot van hooger hand over hun verdere bestemming beslist was. Maar al in den nacht van 24 op 25 Augustus gelast hij, dat bedoelde corpsen, onder achterlating van een Brig. in Namen, onverwijld bij hun legers moeten terugkeeren: het Garde R. C. naar het II. L., het XI. L. C. naar het III. L. *.

De O.H.L. in ieder geval besloot deze corpsen naar het Oostelijke front te transporteeren en het II. L. zoo min als het III. L. teekenden verzet aan tegen deze aanmerkelijke verzwakking hunner strijdkrachten. Zoo werd dus de beslissende rechter vleugel, die volgens Schlieffen niet sterk genoeg kon zijn en door nieuwen toevoer van krachten op peil gehouden moest worden, door dit besluit van Moltke 2 gevoelig verzwakt 3. De ironie der omstandigheden heeft gewild, dat

1 Weltkrieg I p. 416.

2 Later schreef hij zelf, I. c. p. 435: „Ich erkenne an, dass dies ein Fehler war, der sich an der Marne rachte."

3 Van eenige pressie des Keizers bij het nemen van dit besluit is, blijkens de mededeelingen van den bij de besprekingen mede aanwezigen Feldeisenbahnchef Groener, geen sprake geweest. Zijn indirecte invloed kan echter kwalijk worden uitgeschakeld. Reeds eenige dagen te voren had hij zich zeer drastisch uitgelaten over het gevaar van een Russischen inval in Oost-Pruissen: „Die Schweinehunde ruinieren mir ja mein armes Land in Grund und Roden!" (Im deulschen Grossen Hauptquartier von General Josef Stürgkh, Leipzig 1921, p. 31; schr. was Oostenrijksch gedelegeerde in het Duitsche groote hoofdkwartier). Verder was op den dag dat het besluit viel om het VIII. L. te versterken (25 Aug.) de Keizer des morgens met een telegram bij Moltke gekomen, waarin de Oost-Pruissische bevolking hulp vroeg tegen de dreigende invasie der Russen. Rovendien zond de chef van den Oostenrijk-Hongaarschen staf, Conrad v. Hoetzendorf, dien dag een telegram aan de O.H.L., dat op versterking van de Duitsche legermacht in het O. aandrong. Deze omstandigheden, gevoegd bij de optimistische overschatting van de in het W. behaalde resultaten, kunnen ten slotte Moltke's besluit begrijpelijk maken. Groener en Tappen achtten het bij de besprekingen dienaangaande noodzakelijk de versterkingen voor het O. aan het Lotharingsche front te ontnemen; maar v. Stein, de niet weinig invloedrijke Generalquartiermeister, wist bij Moltke door te drijven, dat de rechter vleugel die aderlating moest ondergaan en wel primo, omdat op dien vleugel twee corpsen direct

Sluiten