Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beide corpsen, die men in het W. later zoo pijnlijk zou missen, pas in het O. arriveerden, toen de reddende slag van Tannenberg (29 Augustus was de dag der beslissing), dank zij de consequente uitvoering van een doelbewust plan en de gemakkelijke ontcijfering der opgevangen Russische radiogrammen, reeds geslagen was.

Zelfs was Moltke, gezien de unanieme overwinningsberichten van het Westelijk front, aanvankelijk voornemens geweest niet minder dan zes corpsen (uit elk der drie frontdeelen twee) naar het O. te zenden. De omstandigheid, dat Bülows bericht twee corpsen direct disponibel verklaarde, had ten gevolge, dat juist de rechter vleugel het eerst verzwakt werd. Toen vervolgens de chef van den staf van het V. L. op 25 Augustus berichtte: „Feind vor der ganzen Front der V. Armee zertrümmert," werd ook het transport van het V. L.C. dezer armee door de O.H.L. gelast, maar later weer opgehouden: het langzaam rijpend inzicht in de betrekkelijke beteekenis der behaalde overwinningen deed voorloopig van alle verdere troepentransporten naar Oost-Pruissen afzien.

Een zekere compensatie ontving de stootvleugel, doordat het IX.R.C. derwaarts gevoerd werd. Het Duitsche concentratieplan had namelijk ook de vorming van een Nordarmee in Sleeswijk bepaald om een mogelijke landing van het Engelsche Expeditieleger te beletten. Toen de O.H.L. overtuigd was, dat hiervoor geen gevaar meer bestond, werd het IX.R.C. uit Sleeswijk naar het W. getransporteerd om de stelling van Antwerpen te maskeeren. Het ware zeker eenvoudiger geweest dit corps naar het O. te dirigeeren, in plaats van het Garde R.C. of het XI. L.C.; nu wordt er een eenigszins zonderling chassé-croisé vertoond.

Alle weinig met Schlieffens operatieplan strookende besluiten der O.H.L. zijn te verklaren primo uit de verwachting, dat ook de linker vleugel een beslissende overwinning kon behalen (vandaar o.a. de zending der 6V2 Ersatz-Divisies naai

beschikbaar waren (dit motief is dus ontleend aan Bülows melding), secundo, omdat men de verdediging van Oost-Pruissen toch niet van de Beyeren (deze waren het namelijk, die onder hun kroonprins Rupp-

recht in Lotharingen stonden) kon verlangen Cf. Kabisch p. 116

en 354.

Sluiten