Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klammern und den Uebergang zu erzwingen"; de rechter vleugel moest zich nu uitstrekken tot Corbie, de linker tot Falvy, ongeveer halfweg tusschen Péronne en Ham. Op den rechtervleugel en zijn wijd uithalen naar het W. kwam het aan: daarvan was Kluck, die van alle Duitsche legercommandanten wel het meest in Schlieffens geest strategisch dacht, overtuigd. Juist daarom was hernieuwde wrijving met Bülow niet uitgebleven.

Deze had na den slag aan de grens bepaald, dat generaal v. Zwehl met twee Ds van het II. L. en een van het I. L. tegen de oude vesting Maubeuge zou ageeren. Kluck was het hiermede niet eens; hij oordeelde, dat een tweetal R.Ds ruim voldoende was om de vesting te maskeeren, welker bezetting zelfs geen poging had gedaan om bij het passeeren van zijn linker vleugel in te grijpen. Daar Bülow echter zijn order handhaafde en Kluck van zijn kant niet wilde berusten in een z.i. overbodige verzwakking van zijn front, wendde A.O.K. I zich tot de O.H.L. Deze antwoordde daarop, dat alleen het II. L. met de insluiting van Maubeuge belast werd en dat de subordinatie van Kluck onder Bülow was opgeheven 1. In den ochtend van 27 Augustus bereikte dit bericht A.O.K. I, dat zich door dit besluit van een ongewenschten druk op zijn bevelvoering bevrijd voelde.

Ook tusschen Hausen en Bülow was een meeningsverschil gerezen. Het 4de L. (de Langle de Cary) was namelijk in de gunstigste omstandigheden om Joffre's instructie letterlijk uit te voeren en stond bovendien onder het commando van een even energiek als koelbloedig bevelhebber; na den verloren slag in de Ardennen was dit leger teruggegaan op de Maas, waar het den vijand opnieuw het hoofd kon bieden 2. Het IV. L. (Albrecht v. Württemberg) ondervond bij zijn oprukken tegen Sedan—Stenay dan ook zooveel vaak zeer offensieven tegenstand, dat het III. L. zijn zwaartepunt van rechts naar links ging verschuiven; immers, den vijand die voor het II. L. was teruggetrokken (5de L.) kon men blijkbaar toch niet meer op de flank komen, terwijl daarentegen voor het IV. L.

1 Kluck p. 59-60.

2 Cf. h.1. p. 84.

Sluiten