Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ken; het IX. L.C. bevindt zich nog links achterwaarts geechelonneerd ten N. van St-Quentin.

Maunoury heeft ten Z. van de Somme nog niet de beschikking over alle elementen van zijn 6de L. Met de 55ste R.D.. het 7de L.C. (nog slechts een divisie sterk), de Brig. Ditte, de nog te verzamelen eenheden van de geschokte 61ste en 62ste R.D. en de verwachte hulp van het C.C. Sordet hoopt hij op de lijn Nesle—Chaulnes—Corbie den vijandelijken aanval at te slaan en zelfs een tot „retour offensif ' in staat te zijn ten einde den vijand over de Somme terug te werpen.

Von Bülows leger staat in twee groepen, gescheiden door de Oise; de rechter groep heeft met het I.L. moeten medewerken aan de vervolging der Engelschen: daarbij heeft H.K.K. I de streek ten Z. van St-Quentin bereikt, de XIV. D.I. (van het VII. L.C. i) komt tot St-Quentin, schuift een R.I. vooruit tot Fluquières en een af deeling wielrijders tot de vernielde brug bij Ham, het X. R.C. ten slotte bereikt na een langdurigen en vermoeienden marsch in den vroegen ochtend van 29 Augustus de gestelde doelen: Grand Seraucourt en Urvillers (ten Z. van St-Quentin); de linker groep van het II. L. wordt gevormd door het X. L.C. en het Garde-Corps, die bij Guise en Oostelijk van die plaats de Boven-Oise moesten overtrekken, waarna het X. L.C. in ZWestelijke richting op La Fère zou voortrukken, terwijl de Garde links achterwaarts geëchelonneerd zou volgen om de flank van het leger te dekken: dit alles in de veronderstelling, dat de vijand aan de Oise slechts achterhoeden had achtergelaten, die geen langdurigen tegenstand zouden kunnen bieden2. In werkelijkheid verliep de 28ste Augustus bij Bülows linker groep minder voorspoedig. Het X. L.C. stuitte bij Guise en Flavigny op zeer heftigen tegenstand van eenige bataljons der 53ste R.D. (één enkele compagnie hield bij de brug van

1 De XIII. D.I. van hetzelfde corps heeft een Brig. Inf. en een Reg. Art. voor Maubeuge moeten achterlaten; de rest der divisie komt op 28 Aug. tot Bohain (tusschen Le Cateau en St-Quentin).

2 Bülow beschouwde zulks blijkbaar als de noodzakelijke consequentie van het feit, dat de Engelschen, zooals het I. L. berichtte, steeds verder naar het Z. uitweken; generzijds der Oise had, wegens het nevelige weer, geen Duitsche verkenning uit de lucht plaats gehad.

Sluiten