Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit dit overzicht blijkt wel, dat de beide legers, die elkaar in den slag aan de Oise zullen ontmoeten, geheel op zichzelf zijn aangewezen. Lanrezac kan niet rekenen op hulp van het Engelsche of van het 4de L.; Bülows huurlegers gaan in excentrische richting, Kluck naar het ZW., Hausen naar het ZO. Het zal een strijd worden, waarin, althans op den eersten dag, geen verrassend ingrijpen van andere legers zal plaats vinden, een strijd, waarin alleen de sterkteverhoudingen, het inzicht, de bewegelijkheid en de gevechtswaarde der beider zijdsche aanvoerders en troepen de mate van succes en mislukking kunnen bepalen.

Numeriek stonden de kansen voor Lanrezac buitengewoon gunstig. Hij beschikte over tien Ds I. en drie R.Ds, benevens een D.C. en vier Res. Brigades (aan ieder actief corps was zulk een brig. toegevoegd); Bülow daarentegen had maar nauwelijks zes Ds I. en twee R.Ds, benevens twee Ds C. (deze vormden H.K.K. I onder v. Richthof en). Bovendien had Lanrezac het voordeel van het initiatief en van betere formaties. De Duitsche troepen vonden een krachtigen moreelen steun in de tot dan toe behaalde successen, de Fransche ondervonden den gewonen demoraliseerenden invloed van den terugtocht; maar bij hen, die, afkomstig uit het Noorden1, hun land hadden moeten prijsgeven aan vreemd geweld, broedde een verbeten woede: zij hebben de troostelooze anabasis gezien hunner vluchtende gewestgenooten, grijsaards, vrouwen, kinderen, met hun schamele bezittingen en het trage vee — voor hen beteekende de hervatting van het offensief de verdediging, de herovering van het kleine vaderland in het groote.

In den ochtend van 29 Augustus begaf Joffre zich naar Lanrezacs hoofdkwartier in Laon, waar de commandant van het 5de L. met gezag en methode2 den slag leidt: de quaestie van zijn vervanging schijnt daarmede voorloopig van de baan.

Het 18de L.C. en de twee B.Ds Valabrègue zijn des morgens

1 Cf. Lt-Colonel M. Larcher, Le Ier Corps a Dinant, Charleroi, Guise (Aoüt 1914) (Paris 1932) p. 68, 77, 84.

2 Joffre, Mémoires I p. 339; voor wat men heeft te verstaan onder het leiden van een slag door den legercommandant, zie Lanrezac p. 309 e.v.

Sluiten