Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tusschen een garnizoen van 3 a 4 L.Cen, verlangd door Gallieni, en de klakkelooze overgave van Parijs ligt de middenweg van een verdediging door RDs en Territorialen en die weg werd door Joffre gekozen. Dat de aandrang van de Regeering en van Gallieni hem bewoog tot de toevoeging \ an eenige Ds I. aan het leger van Parijs zou later van onschatbare beteekenis blijken.

Een ander groot voordeel van de gekozen terugtochtsrichting was de flankaanleuning welke voor het veldleger verkregen werd, links aan Parijs, rechts aan Verdun. Waagde de vijand zich in den couloir tusschen deze beide vestingen, dan stond hij bloot aan een gevaar, dat hij slechts kon afwenden door een afdoende maskeering der beide pijlers van het Fransche front. Maar zulks kon alleen geschieden ten koste van zijn offensieve kracht tegen het Pransche veldleger. Men houde daarbij in het oog, dat de stelling van Parijs een omtrek had van ongeveer 150 km 1. Niet ten onrechte is de beschreven dispositie vergeleken met een fuik, waarin het gtAia.<x>v Duitsche leger zich niet zonder ernstig" kon begeven, en waaruit het zich niet zonder schade zou kunnen terugtrekken.

En toch, niettegenstaande alle genoemde strategische voordeden van de gekozen terugtochtsrichting, is het begrijpelijk, dat Gallieni klaagt over „1'absence d'idées nettes dans le haut commandement" 2. Primo, omdat Joffre zijn nieuwe algemeene instructie pas op 1 September geeft, secundo omdat ook dan geen duidelijke uiteenzetting wordt gegeven van het nieuwe plan, dat hij hoopt te verwezenlijken. Wel wordt de obligate bedoeling te kennen gegeven om te zijner tijd het offensief te hervatten, maar, afgezien van een verwijzing naar de mogelijkheid het Lotharingsche front te verzwakken ten bate van den bewegenden vleugel, ontbreekt iedere systematische voorbereiding van de voor een doorslaand succes noodzakelijke voorwaarden — gelijk hierna uit de analyse dei bedoelde instructie zal blijken 3. Dat men welbewust een fuik

1 Vandaar dat Schlieffen voor de insluiting van Parijs niet minder dan zes Ersatz-Corpsen bestemd had; cf. h.1. p. 46.

2 Mémoires p. 47.

3 Hoofdstuk X.

Sluiten