Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijkheid om, wanneer de O.H.L. het I. L. toch weer op het oorspronkelijke doel, de Beneden-Seine, wilde dirigeeren, dat leger opnieuw in ZWestelijke richting te voeren: tijdverlies en uitputtende eischen aan de marschvaardigheid van den troep zouden dan het onvermijdelijk gevolg zijn geweest. Daartegenover bood de door Kluck gekozen richting over Compiègne—Noyon veel gunstiger strategische kansen. Wanneer, gelijk mocht worden aangenomen, Lanrezacs buitenvleugel zich ongeveer bij La Fère bevond, dan moest men zijn strategische flank een dagmarsch Zuidelijker zoeken; terecht liet Kluck zijn linker vleugel oprukken in richting van Soissons, terwijl de diepe echelonneering van het geheel zijner strijdmacht de mogelijkheid openliet, om met een breed aanvalsfront snel de richting op de Beneden-Seine te hernemen. Weliswaar bleek die mogelijkheid niet uit zijn mededeeling aan de O.H.L.; zij wekte den indruk, dat het geheele I. L., met uitzondering van het IV. R.C., over de Oise zou gaan i, terwijl in werkelijkheid op 31 Augustus slechts het III. en het IX. L.C. over die rivier trokken en de overige Corpsen nog Westelijk van de Oise stonden. De O.H.L. las uit Klucks bericht, dat hij met zijn geheele hoofdmacht op de Oise was afgezwenkt en dit zou volgens een van Moltke's vertrouwelingen in het hoofdkwartier, overste Hentsch, chef der Nachrichtenabteilung, van invloed zijn geweest op de verdere beschikkingen der O.H.L. 2. Overtuigend klinkt dit niet, want de O.H.L. had nog andere gronden om het zwaartepunt der operatiën naar het centrum te verleggen. Welke dat waren leert het verloop der bewegingen van het III. L.

Hausen zag op 29 Augustus in de hulpverleening aan het IV. L. zijn voornaamste taak; van zijn rechter vleugel kwam geen enkel verontrustend bericht, zoodat hij zich zonder zorg kon wijden aan de belangen van zijn linker huurleger 3. Hulp om over de Maas te kunnen komen had het IV. L. toen echter niet meer noodig, want in den nacht van 28 op 29 Augustus had de Langle de Cary zijn terugtocht ingeleid, naar het N.

1 Cf. h.1. p. 159.

2 Kuhl, Marnefeldzug p. 105.

3 Cf. h.1. p. 134.

11

Sluiten