Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beroepen op de instemming, die zijn plan naar hij meende van de O.H.L. had ontvangen; maar beter dan wie ook moest hij weten, dat Moltke zijn kennis omtrent de situatie op den uitersten rechter vleugel slechts van het I. L. kon ontvangen: de berichten van geheime agenten, hoe bruikbaar ook om de stemming en den toestand in de hoofdstad te leeren kennen i, gaven weinig licht omtent den vijand te velde. De indruk dus, gewekt door Klucks eigen berichten, moest bij de O.H.L. beslissend zijn. Wat wist Moltke van den bij Amiens opgetreden vijand?

Ten onrechte spreekt Bülow de veronderstelling uit, dat de O.H.L. blijkbaar onkundig was van de vijandelijke concentratie op Klucks buitenvleugel 2. Integendeel, zegt Kuhl, „die O.H.L. war genau unterrichtet"3. Haar was het optreden gesignaleerd van de Fransche Territorialen, van het C. C. Sordet, van de 61ste en 62ste R.D., van de bataljons Alpenjagers, van het 7de L.C. en de Marokkanen. Inderdaad, maar in de laatste melding4 was tevens gezegd, dat deze vijand naar het ZW. op de vlucht was gedreven. Zoo kreeg de O.H.L. een optimistischen indruk, beschouwde zij het gevaar voor de rechter flank uit den weg geruimd en geloofde zij, dat de beveiliging aan dien kant door het IV. R.C. ruimschoots voldoende was s. Daarom gaf zij met een gerust hart haar toestemming tot de richtingsverandering van het I. L., hetwelk, gelijk reeds is opgemerkt 6, zoodanig gearticuleerd stond, dat een hernemen van de oorspronkelijke ZWestelijke richting op 31 Augustus nog gemakkelijk kon plaats vinden. Maar de O.H.L. scheen dat niet noodig te vinden. Daarom wordt het uiterst moeilijk de verantwoordelijkheid voor de zwenking naar links vast te stellen. Bij A.O.K. I constateeren wij de neiging om onverwijld het succes van Bülow te exploiteeren, onderschatting van den bij Amiens teruggetrokken vijand,

1 Weltkrieg III p. 227-28.

2 L.c. p. 43.

3 Marnefeldzug p. 106.

4 Cf. h.1. p. 159.

5 Weltkrieg III p. 192.

6 Cf. h.1. p. 161.

Sluiten