Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kluck noch Gronau schijnen echter hiervan mededeeling ontvangen te hebben i.

De aandacht van A.O.K. I werd in den loop van den dag bovendien weer naar den linker vleugel getrokken. Kluck had aldra begrepen, dat de Engelschen zich weer tijdig uit de voeten hadden gemaakt. Nog eerder was v. Quast tot dit inzicht gekomen; maar, nu de Engelschen niet meer te omvatten waren kon een andere kans gewaagd, of liever opnieuw gewaagd worden: om Lanrezacs linker vleugel te achterhalen. Aviateurs hadden n.1. gemeld, dat de achterhoeden van sterke vijandelijke colonnes des morgens nog aan de Vesle hadden gestaan (Braisne—Fismes); wanneer het IX. L.C. 2 afboog naar de Marne, op Chateau-Thierry, en zich daar van de rivierovergangen meester wist te maken, dan zou, daar de vijand waarschijnlijk achter de Marne opnieuw zich tot tegenstand gereed zou maken, belangrijk resultaat te verhopen zijn van een actie tegen zijn linker vleugel. Daarom besloot v. Quast reeds om 12 uur op eigen initiatief verder op te rukken naar Chateau-Thierry. Kluck gaf onmiddellijk zijn toestemming. „So wurde hier" zegt Kuhl, „durch kühnen, selbstandigen Entschluss und mit ausserster Energie ein Ziel erstrebt, das zu erreichen das Oberkommando nicht mehr gehofft hatte" 3.

Met zijn gewone doortastendheid paste Kluck zich aan de gewijzigde omstandigheden aan; hij gaf order aan het III. L.C. om zoo snel mogelijk af deelingen van alle wapenen, op voertuigen, ter ondersteuning van het IX. L.C. in richting van Chateau-Thierry te zenden. Hij hield het voor waarschijnlijk, dat in samenwerking met het II. L. de vijandelijke vleugel in het nauw kon worden gedreven. Bovendien bracht deze actie, meende hij, geen risico met zich mede: „Die tiefgegliederte I. Armee war durchaus imstande, sowohl Flanke und Rücken dieses Stosses zu decken, als auch die Besatzung von

1 Weltkrieg III p. 210, 212.

2 D.w.z. alleen de XVIII. D.I.; de XVII. D.I., die door haar hulpverleening aan Bülow na den slag aan de Oise (cf. h.1. p. 139) achter was gebleven, bevond zich nog ten Z. van Soissons.

3 Kuhl, Marnefeldzug p. 114.

Sluiten