Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IX

KITCHENER EN FRENCH

Onder degenen, die zich vóór den zomer van 1914 bezig hielden met het probleem van een Europeeschen oorlog, bestond vrijwel de communis opinio, dat zoodanige oorlog onmogelijk van langen duur zou kunnen zijn; de onderlinge oeconomische afhankelijkheid der belligerenten en de totale ontwrichting van geheel het maatschappelijke leven, dat juist in de twintigste eeuw zoo bizonder gecompliceerd en genuanceerd, dus ook zoo buitengewoon kwetsbaar was geworden en uiterst scherp zou reageeren op een onderbreking van den normalen gang van zaken: dat waren de voornaamste gronden, waarop naast vele anderen ook Schlieffen een langdurigen oorlog in modernen tijd voor onmogelijk hield Daarom was hem alles gelegen aan de overwinning in den eersten beslissenden slag. De Fransche generaal Bonnal sprak zich in denzelfden zin uit: „Le sort de la guerre sera décidé moins d'un mois après 1'ouverture des hostilités. II semble impossible de reconquérir la victoire, une fois qu'elle est passée dans le camp ennemi"2. Een ander Fransch auteur, luitenantkolonel Mordacq, meende, dat na de eerste ontmoeting op het slagveld een tweede slag mogelijk zou zijn, maar „au bout de quelques mois, il y aurait un tel arrêt dans la vie économique et industrielle, agricole et commerciale, et cela chez tous les peuples, que les gouvernements auraient la sensation de toucher presque aux limites de 1'épuisement" 3; dat critieke

1 Zie zijn opstel uit 1909: Der Krieg in der Gegenwart, l.c. p. 280 Foerster p. 3 zegt, dat Schlieffen voornamelijk bedoelde te zeggen, dat een langdurige oorlog voor Duitschland noodlottig zou worden.

2 Geciteerd bij Lt-Colonel Mordacq, La Guerre au XXe siècle (Paris 1914) p. 259.

3 Ibid. p. 297; men zie ook de opinie van gen. Langlois, p. 299.

Sluiten