Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moment zou na vijf oorlogsmaanden te verwachten zijn. Deze schatting scheen reeds zoo buitensporig, dat Mordacq gold als de profeet van een langdurigen oorlog; een nóg langer duur leek uitgesloten.

Dat de Duitschers een snelle beslissing op het slagveld als een levensquaestie beschouwden, is reeds uit onze inleiding gebleken; dat zij, bij de voorbereiding dier beslissing, in haar succes, d.w.z. in een oorlog van korten duur geloofden, is psychologisch volkomen normaal1. Afwijkingen van de communis opinio zijn a priori eerder aan de zijde der gealliëerden te verwachten. Paléologue weet dan ook te vertellen, dat Joffre, in 1912 ondervraagd over den te verwachten duur van een oorlog, „une durée indéfinie" in het vooruitzicht had gesteld; na den eersten slag zou in het land, dat door den afloop dier eerste ontmoeting den vijand op zijn bodem zou moeten dulden, pas het eigenlijke nationale verzet zich organiseeren: in Duitschland aan den Rijn, of in Frankrijk op den Morvan2. In dit oordeel kan men opnieuw een bewijs zien van Joffre's nuchteren kijk op de dingen. Maar verrassender dan bij den Franschen generalissimus, die ten slotte voornamelijk het probleem van een Fransch-Duitschen oorlog had te bestudeeren, is een dergelijk doorzicht bij den man, die zijn carrière gemaakt had in de koloniën en als bij verrassing tot minister van Oorlog in Engeland was benoemd, de man met het woestijnoog, zooals Lady Asquith, de vrouw van den toenmaligen prime-minister, placht te zeggen: Lord Kitchener.

Begin Augustus 1914 tot minister benoemd („it is a hasardous experiment" zeide Asquith 3) zag hij onmiddellijk in, dat Engeland zich stortte in een strijd op leven en dood, die niet spoedig beslist zou zijn. En hij nam terstond alle maatregelen, die noodig waren, om Engelands strijdmacht uit te

1 De voorspelling van Hauptmann Guido v. Gillhausen, die in den nacht van 3 Augustus 1914 met profetischen blik den oorlog pas in 1918 en met Duitschlands débacle zag eindigen (zie: Der Querschnitt van Dec. 1932 p. 881), behoort tot een andere orde.

2 Joffre, Mémoires I p. 123 n. Wij komen in ons volgende hoofdstuk op deze uitlating terug.

3 Memories and Reflections 1852—1927 by the Earl of Oxford and Asquith, K.G., Vol. II (London 1928) p. 25.

Sluiten