Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waargenomen vijandelijke troepentransporten in ZWestelijke richting l.

Klucks besluit is psychologisch en uit de omstandigheden zeker begrijpelijk; daarmede is echter niet gezegd, dat het geen critiek heeft uitgelokt. Bartenwerffer 2, Kann, v. d. Belt e.a. hebben met meer of minder scherpte de vervolging over de Marne veroordeeld en in laatste instantie heeft ook de uitslag (al kan men met Livius zeggen „quo nihil iniquius est") Kluck niet in het gelijk gesteld. De beteekenis van Parijs heeft hij waarschijnlijk niet onderschat; die beteekenis lag niet op de eerste plaats in de fortificaties, maar in de centrale ligging als spoorwegknooppunt. Daarom was tegenover Parijs niet mogelijk wat men tegen Antwerpen had gedaan. De vereenzaamde vesting aan de Schelde kon ook met een betrekkelijk geringe legermacht geïsoleerd worden; daar bevonden zich twee corpsen, het III. en het IX. B.C., onder von Beseier en veel hadden zij van de op Antwerpen teruggetrokken Belgische divisies niet te vreezen. Parijs echter had een sterker bezetting en beschikte over verbindingen naar vrijwel alle richtingen. Bovendien wisten de Duitschers precies waar zij met Antwerpen aan toe waren, terwijl daarentegen de hoofdstad aan de Seine voor hen als een Sfinx was, wier dreigend mysterie zij nog niet doorgrond hadden. Effectieve beveiliging aan die zijde was niet mogelijk door een of twee corpsen ter observatie achter te laten, maar eischte het geheele toch al verzwakte I. L. ® voor zich op. Dat wist ook Ivluck en zeker Kuhl. Daarom kan men Klucks verdediging van eigen beleid ten dezen niet ernstig nemen. Hij schrijft namelijk: „Den Armeen des rechten deutschen Heeresflügels fehlte eine Staffel von 4 oder 5 Div., um bei Fortführung der Bewegungen in die Mitte Frankreichs die rechte Flanke gegen Paris und die gewaltigen Verbindungen der I. und II. Armee wirksam zu decken. Bei der O.H.L. herrschte indessen die bestimmte

1 Weltkrieg III p. 232.

2 Schwarte, Der grosse Krieg Bd I (Leipzig 1921) p. 117.

3 Het III. R.C. stond bij Antwerpen; de Brig. Lepel van het IV. R.C., aanvankelijk in Brussel achtergebleven, was op 2 Sept. pas gevolgd tot ter hoogte van Mons. En men denke aan de geleden verliezen van het I. L.

Sluiten