Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een vurige, niets ontziende vervolging wordt niet gelast en ook wanneer men rekening houdt met het feit, dat de marschwegen gedeeltelijk belegd waren door troepen van Kluck, dan nog kunnen de door Bülow gestelde doelen niet als de limiet der mogelijkheden beschouwd worden. Het VII. L.C. moet gaan tot Pargny-la-Dhuis en Verdon; de II. R.D. der Garde (van het X. R.C.) tot Le Breuil, terwijl de linker vleugel (afgezien van de Div. tegen Reims) tot Épernay zal komen. Tegenover een vijand, van wien men nauwelijks nog tegenstand verwachtte, ware een vervolging van nadrukkelijker tempo op haar plaats geweest1.

Uit het voorgaande is al duidelijk geworden, dat A.O.K. I niet van plan was de uitvoering van het offensieve gedeelte van Moltke's instructie verder aan het II. L. over te laten. Oordeelt men alleen naar de positie van laatstgenoemd leger, dan zou het in den avond van 3 September voor Kluck gemakkelijker zijn geweest dan daags te voren om zijn taak verder beperkt te zien tot de flankbeveiliging. Zijn linker vleugel had slechts geringen voorsprong op Bülows rechter behouden; deze kon dus, desnoods gesteund door het IX. L.C. (met het III. L.C. als flankdekking), den vijand verder wegdringen, terwijl dan Klucks IV. en II. L.C., H.K.K. II en IV. R.C. beschikbaar waren om tegen Parijs te dekken. Maar in werkelijkheid laat Klucks instructie van 3 September 's avonds ook nog het IV. L.C. over de Marne rukken in algemeene richting op Rebais. Door verkenning uit de lucht was namelijk bij A.O.K. I het vermoeden gerezen, dat de terugtrekkende Engelschen aansluiting zochten aan Lanrezacs vleugel: ook zij moesten dus zoo mogelijk naar het ZO. weggedrongen of althans naar het Z. teruggeslagen worden en daartoe was alleen het I. L. bij machte. Kluck aanvaardt dus de consequentie van zijn zwenking naar het ZO. Het IX. L.C. wordt gedirigeerd op Montmirail, het III. L.C. op Montolivet en StBarthélemy, het IV. L.C. op Rebais, het II. L.C. moet komen tot Westelijk van La Ferté-sous-Jouarre, het IV. R.C. in de streek van Nanteuil-le-Haudouin (dekking van de flank en verbindingen), H.K.K. II ten slotte laat een D.C. (de IV. D.C.,

1 Cf. Kabisch p. 356 n. 12.

Sluiten