Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

middag en den avond echter kwamen berichten binnen, die Gallieni een „ce serait trop beau!" ontlokten: Klucks zwenking naar het ZO. was ontwijfelbaar vastgesteld!

Dank zij de activiteit van het escadrille vliegtuigen der stelling Parijs, onder leiding van kapitein de Faucompré, had Gallieni des avonds een in hoofdzaken volkomen juist overzicht van 's vijands bewegingen; het IV. R.C., het II., III. (gedeeltelijk), IX. en VII. L.C. (dit laatste van Bülow) waren juist geobserveerd, slechts van het IV. L.C. ontbraken gegevens1. Ook bij de D.C.P. werd des morgens door colonel Sautereau van de hoogten bij Dammartin een dergelijk afbuigen der Duitsche colonnes waargenomen als op 31 Augustus door kapitein Lepic2, maar thans geschiedde het zoo veel dichter bij de hoofdstad en was geen twijfel omtrent de beteekenis dezer zwenking meer mogelijk3. Gallieni begreep onmiddellijk, welke onverhoopte strategische kans hier door den vijand geboden werd. Hij liet door overste Bourdeau een dringende verkenningsinstructie voor zijn aviateurs opstellen, die den volgenden morgen in alle vroegte zouden moeten uittrekken om 's vijands verdere bewegingen te observeeren. En hij bracht het G.Q.G. op de hoogte van zijn ontdekking.

Daar had men het nieuws al van Maunoury gehoord; ook Huguet berichtte in denzelfden geest op grond van de waarnemingen door Engelsche aviateurs4.

Het is, in de litteratuur, een niet altijd met de wapenen der objectiviteit gestreden strijdvraag, aan wien het initiatief moet worden toegekend om van Klucks gevaarlijke positie offensief partij te trekken, aan Gallieni of aan Joffre. Bij de beoordeeling dezer quaestie moet men deze punten in het oog houden: Gallieni had zeer ernstige bezwaren tegen Joffre's in de instructie van 1 September uitgesproken opzet, èn hij beoordeelde de zaken op de eerste plaats als gouverneur van Parijs, wien de verdediging der hoofdstad tot het uiterste was opgedragen. Joffre van zijn kant had een, zij het dan

1 Bircher p. 9.

2 Cf. h.1. p. 195-196.

3 J. Héthay p. 108.

4 Joffre, Mémoires I p. 378.

Sluiten