Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tusschen het 5de en het Engelsche L. verbreeden en Lanrezacs troepen den terugtocht afsnijden of althans hen naar het O. in de marschzone van Fochs leger werpen?

Lanrezac heeft bepaald: de linker vleugel van het 5de L. (R.Ds Valabrègue) moeten, indien Chateau-Thierry reeds door den vijand bezet is, uit het N. die stad aanvallen, waarbij de cavalerie uit het Z. zal medewerken. Ernstig ziet hij den toestand dan nog niet in. Hij gelooft alleen te doen te hebben met een ondernemende af deeling vijandelijke cavalerie. Maar tegen 21 uur komt het bericht, dat een geheele Duitsche D.I. reeds Chateau-Thierry bezet had, waar slechts een kleine groep Territorialen tegenstand had geboden. In die omstandigheden achtte Lanrezac de ontworpen actie der zeer vermoeide en gedemoraliseerde R.Ds bij voorbaat tot mislukking gedoemd. Daarom schreef hij voor, dat zij verder naar het O., bij Mézy, de Marne zouden passeeren, waarna het 18de L.C. de linker flankdekking zou moeten overnemen totdat het C.C. Conneau voor die taak gereed was1. Op eigen initiatief waren de R.Ds in den nacht van 2 op 3 September reeds naar het O. opgeschoven: de voorhoede, die bij de nadering van Chateau-Thierry het vuurgevecht tusschen de Duitsche voorhoede en de Territorialen had gehoord, was ijlings geretireerd en had de sterkte des vijands zoo zeer overschat, dat Valabrègue het geraden achtte zijn reservisten bij Mézy over de Marne te voeren. Die overtocht in den vroegen ochtend van 3 September liet onuitwischbare herinneringen achter bij degenen, die er getuigen van waren. Een ordelooze en samengedrongen massa van infanterie en artillerie en deelen der 4de D.C., die nog geen verbinding hadden gekregen met Conneau ten Z. der rivier, sleepte zich moeizaam over de smalle brug; het was in optima forma het tafereel eener verwarde vlucht2.

Den 3den September bereikt Lanrezac de geruststellende mededeeling, dat Conneau zijn cavalerie op den linker vleugel heeft kunnen groepeeren. Tevens blijkt echter, dat sterke vijand de Marne bij Chateau-Thierry en ten W. passeert. In

1 Lanrezac p. 249.

2 Spears p. 397.

Sluiten