Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den namiddag bericht de Engelsche inlichtingendienst, dat French geen vijand meer in front heeft en dat bijna het geheele I. L. in ZOostelijke richting oprukt naar de linker flank van het 5de L. Maar Lanrezacs corpsen, des nachts om 2 uur opgebroken, passeeren dien dag zonder veel moeilijkheden de Marne. Alleen het 18de L.C. schiet te kort: gedeprimeerd door een bombardement van 'svijands zware artillerie retireert de naar het W. vooruitgeschoven 36ste D.I. ijlings tot Condé-en-Brie. Maar de zekerheid, dat Conneau nu op zijn plaats en in verbinding met de Engelsche cavalerie het oprukken des vijands kan vertragen, doet Lanrezacs hoofdkwartier herademen.

Dan arriveert de generalissimus. En maakt een plotseling einde aan Lanrezacs loopbaan. Geen heftige scène speelt zich af. Spears zegt, dat Joffre bijna vaderlijk scheen op te treden i. Joffre zelf vertelt, dat Lanrezac den indruk maakte zich verlicht te voelen door de ontheffing van een zware verantwoordelijkheid2. Lanrezacs rol is daarmee uitgespeeld. Een boeiende figuur verdwijnt met hem uit de oorlogsgeschiedenis. Op den avond van 31 Augustus, toen de vijandelijke cavalerie den terugtocht van zijn leger zoo ernstig bedreigde, had Lanrezac zijn hoofdkwartier gevestigd in het kleine kasteel van Craonne, waar Napoleon honderd jaar te voren had vertoefd, toen hij de golven eener andere invasie trachtte te keeren; op het verlichte terras, vanwaar men een prachtig uitzicht genoot over de Aisne en over de vlakte tot Reims toe, had men gedineerd; het was een nacht van fluweelen stilte en onbegrijpelijken vrede; toen hoorde men plotseling zacht en welluidend de stem van Lanrezac, die Latijnsche poëzie reciteerde, verzen van Horatius, waarin hij gelukkig prijst wie ver van den oorlog te huis kan blijven en den boezem streelt zijner geliefde 3. Weinige dagen later werd

Lanrezac althans het eerste vergund. Het was oneervoller dan hij verdiend had. Op den duur droeg hij zijn ongenade ook niet met Horatiaansche gelijkmoedigheid. Na den oorlog

1 L.c. p. 419.

2 Mémoires I p. 372.

3 Spears p. 361.

Sluiten