Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd door de kunstmatig gevoede faam vertienvoudigd. Een correspondent van de Times verspreidde het gerucht der landing van Russische troepen uit Archangel en de Engelsche bevelhebber in Ostende bevestigde zulks als een groot geheim aan zooveel mogelijk lieden *. Dergelijke geruchten kwamen ook in het Duitsche groote hoofdkwartier den last van Moltke's verantwoordelijkheid verzwaren. „Im Grossen Hauptquartier Luxemburg gelang es unseren Gegnern naturgemass sehr viel leichter, solche falschen Nachrichten absichtlich zusammenzutragen, wie es in Coblenz möglich gewesen war," zegt Tappen2. In ieder geval waren volgens de officiëele Duitsche oorlogsgeschiedenis dergelijke geruchten aanleiding tot de formatie van het nieuwe VII. L. in België. Tappens voorstelling van zaken, die den indruk wil wekken, dat dit nieuwe leger diende om den rechter vleugel eindelijk te versterken 3, is dus onjuist — al kon het later, toen de toestand in België geenszins zorgwekkend bleek, worden aangetrokken naar het Z. om juist op tijd de reddende hand te bieden aan het I. en II. L.

Uit het voorafgaande blijkt, dat de O.H.L. in haar nieuwe Anweisungen de onderlinge verhouding van ruimte, tijd, kracht en ook moreel 4 niet juist had geschat. Joffre's offensief zou onmiddellijk de proef op deze misrekening geven. Maar niemand aan Duitsche zijde verwachtte, dat de vijand zoo spoedig het nieuwe plan met zijn initiatief zou doorkruisen. Toen de A.O.Ks de Anweisungen ontvingen, geloofden zij niet, dat de uitvoering ernstige moeilijkheden zou ondervinden.

Het I. L. had, gelijk gezegd 5, op 5 September de daags te voren gelaste bewegingen uitgevoerd. Daar de door Kluck in zijn radiobericht van 9.30 verdedigde opvatting 5 radicaal in

1 De geheele onderneming is in geuren en kleuren verteld door den Engelschen Brigadecommandant, Major-General Sir George Aston, Secret Service. Espionnage et Contre-Espionnage anglais pendant la Guerre 1914—1918. Traduit de 1'anglais par Henry de Courtois (Paris 1932) p. 68 e.v.

2 L.c. p. 23.

3 Ibid. p. 16.

4 Het I. L. immers moest eenige dagmarschen terug; dit kon niet zonder invloed blijven op het moreel zoowel van vriend als vijand.

6 Cf. h.1. p. 263.

Sluiten