Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een Volksboek, als de verschillen in taal tusschen een mnl. tekst en het vroeg-zestiend' eeuwsche of laat-vijftiend' eeuwsche proza.

Eenerzijds is een onderzoek als dit een bijdrage tot onze kennis van de ontwikkeling van een belangwekkend genre als de Volksboeken, anderzijds geeft het een kijkje in de nog weinig doorvorschte evolutie van onze taal in het tijdvak van 1450—1550.

Het stijlverschil is gelegen in den breederen, verhalenden trant van het Volksboek, vergeleken bij den vaak abrupten vorm van het oude epos. Het openbaart zich vooral in verklarende uitbreidingen, zinnen zoowel als zinsdeelen, met als gevolg een grooter frequentie van samengestelde zinsverbanden in het Volksboek. Zoo constateeren we o. a. aan het begin van een zinsverband temporale ,,als-zinnen", die het korte mnl. „doe" vervangen, verder de veelvuldiger coördinatie van hoofdzinnen door middel van „ende" en „want". Stereotiep-epische formaties worden in het Volksboek omgewerkt of door geheel andere vervangen; het epische futurum en perfectum historicum vinden we evenmin in het Volksboek terug.

De kortere of sterker gespannen taalvorm in den Eenout — die ook aan den dag komt in onvolledige vraag- en antwoordzinnen, zonder Verbum finitum, en in de parenthetische onderbreking — tegenover de omslachtiger syntaxis van het Volksboek staat tevens in verband met het verschil in den algemeenen taalvorm in twee zoo ver uiteenliggende tijdvakken.

Dit taalverschil constateeren we ook in het woordgebruik, het vermijden van verouderde en het kiezen van nieuwe woorden in het proza-verhaal. Verder in het frequent gebruik van hulpwerkwoorden bij het futurum en allerlei modale functies, hetgeen echter tevens een kenmerk kan zijn van den verduidelijkenden, verklarenden stijl.

Als verdwenen archaïeke zinsvormen noem ik verouderde woordschikkingen, als jóngere taalvormen de vrij talrijk voorkomende participiale zinnen, die in den Eenout bijna geheel ontbreken.

Mijn vergelijkende syntactische beschrijving, de ordening en formuleering der verschijnselen, is gebaseerd op het syntactisch systeem van de Moderne Nederlandsche Grammatica *) in het

*) W. E. J. Tjeenk Willink, Zwolle, 1928.

Sluiten