Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door de uitbreidingen in het zinsverband, temporale en attributieve bijzinnen, gaat de zinsbouw in Yb. sterk afwijken van Et.: in plaats van enkelvoudige hoofdzinnen vinden we in Yb. samengestelde zinsverbanden, die door hun verklarende bijzinnen den stijl van het Volksboek typeeren.

Voorbeelden van temporale bijzinnen toegevoegd aan het begin van het zinsverband:

Et. 584 Doe sprac Renout, .i. helt vri. Vb. 64.2 ende als si hem gegruet hadden seide Reinout: — Rt. 676 So salne Karei comen vangen. Vb. 64.35 als hi dit verneemt sal hi comen ende verderven al conincs lant ende vangen hem — Rt. 1433 Doe kerdem die heren sekerlike // Alle gadre in Vrankrike. Vb. 154.15 Als die genoten alle bi Roelant waren overdrogen si dat si riden wouden na Parijs, —

In drie gevallen breidt Vb. een adverbialen aanloop uit tot een verklarende voorzetselbepaling:

Rt. 903 Aldus gereden si hare vaert // Ende voeren te Gasscoingen waert. Vb. 147.20 Met dusdanigen opset ende overdracht reden die ghenoten nae Gascoengen. — Rt. 1505 Aldus voer die grave Ritsaert // Met Roelande te Vrankrike waert. Vb. 154.28 Met dese woerden voer Ridsaert met Roelant.

Tweemaal vond ik een verklarenden conditionalen bijzin aan den zin toegevoegd: Et. 303 Wi willen u sekerlike // Dienen dach ende nacht. Vb. 60.15 ende geliefdet u, wi willen u dienen enz. — Evenzoo: Et. 234 — Vb. 59.21.

Relatieve bijzinnen komen 11 maal als uitbreiding voor1):

Rt. 23 Sech datten hem sijn moeije sande. Vb. 24.1 segt hem datse zyn moye heeft gesant, de wou is van dit lant. — Rt. 392 Ende omboot Yewe bi brieve, // Dat hi hem dor sine lieve // Sende die mordadige liede. Vb. 61.35 .... senden woude de vier broeders die sinen sone Lodewyc so jammerlic vermoirt hadden, — Rt. 1904 Die piners leidene ter stede, // Daer sine saen hadden vonden. Vb. 201.7 Die arbeiders die daer stonden ende wrochten leiden hem daer toe —

Een merkwaardig geval is de toevoeging van een relatieven bijzin, met tegenstellend-concessieve functie, in: Rt. 680 Dat es onser alre scande, // Hanget men Yewen in sinen lande // Ende Renout, den coenen here. Vb. 64.37 dit waer ymmer scande dat men onsen coninc die so edel ende machtich is, in zyn lant hangen soude.

Sluiten