Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trant in Et. Hieronder zijn 5 plaatsen, waar in Vb. een beknopte zin voorkomt, in Et. een volledige hoofd- of bijzin; n.1. éénmaal één beknopte zin met den vorm om te inf., en vijfmaal met een participium praesentis (een formatie die in Et. nooit voorkomt)1). Voorbeelden:

Et. 287 die bescouwen // Wilden tors van sconen leden // Entie ridders diere quamen gereden Yb. 60.9 om dat paert te sien, daer die heren op saten.

Et. 81 Haymijn horde wel die tale, // Maer hi versweechse altemale. Vb. 24.26 Aymijn anhorende die tale van Itoelani en antwoerde hem niet — Et. 3 Sach in dat dal beneden, // Waer die heren quamen gereden. Yb. 23.27 sach in een valleye comen ridende die vier ridders.

Verder vinden we nog de volgende:

Et. 46 In enen bliaut van groenre ziden, // Die diere was ende goet. Yb. 24.6 in scoon ende costelic bliaut van groender side —

Et. 53 Hi sat of hem ware onderdoen, // Dal kerstinede hevet bevaen. Vb. 24.11 Aldus sat Aymyn met groter overmoet al hadde hi liere geweest over al Kerstenrije. Et. 127 Aymijn die hant verdrouch, 1/ Daer hi die vrouwe mede slouch, // 80 vruchtelijc enen slach. Yb. 25.11 ende sloechse mitter aefscher hant dat si enz.

Conclusie: Kortere zinsvormen in Vb. zijn het gevolg van het wegwerken van de epische beschrijving en de epische variatie, en een streven naar een meer synthetischen, althans beknopten taalvorm.

III.

VEESCHILLEN IN HET WOOEDGEBEUIK.

De verschillen in het woordgebruik heb ik in alle zes fragmenten en de daarmee overeenstemmende deelen van Vb. beschouwd, doch alleen daar, waar de teksten overigens, wat den inhoud betreft, correspondeeren. Bij deze vergelijking kunnen we drie groepen onderscheiden:

1. Mnl. woorden, die in Vb. een anderen, meer modernen vorm krijgen.

!) vgl. Participiale constructies, § 27, 1°.

Sluiten