Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Woorden en uitdrukkingen, die in Vb. door

andere worden vervangen.

§ 7. Verouderde of niet meer bekende, althans in een bepaalde beteekenis niet meer bekende vormen worden in Vb. door andere vervangen. Specifiek mnl. en epische woorden en uitdrukkingen zijn daardoor verdwenen, terwijl er vaak andere telkens terugkeerende vaste uitdrukkingen voor in de plaats komen. Ook kan de gevoelswaarde van een uitdrukking door de wijziging veranderen, b.v. als ,,arger puten kint" vervangen wordt door „du verwaende geck".

A. 1°. Bij de vergelijking van het woordgebruik valt aanstonds in het oog het verschil in keuze bij het werkwoord, dat de inleiding tot de directe rede vormt. Et. gebruikt bij voorkeur „sprac"; hiervan telde ik 34 gevallen, in plaats waarvan Vb. 29 maal ,,seide" bevat. Éénmaal vinden we in beide teksten „sprac": Et. 462 Huge dAvernaes sprac te desen: — Vb. 62.22 Heer Hughe van Avernaes sprac met toernigen moet als hi desen raet had horen geven. Het werkwoord „sprac" heeft hier in Vb. niet zonder meer de beteekenis „seide"; feitelijk is de zin een bekorting van: „sprac met toernigen moet als hi desen raet had horen geven ende seide":*) — „sprac" is hier bepaald geëischt door het volgende „met toernigen moet". Overigens wordt „sprac" met schakeering van beteekenis in Vb. vervangen door: vraechde, antwoirde en: riep met haesten.

In Vb. blijkt dus het oude gebruik van „sprac" (= „zeide") niet meer voor te komen.

Veelvuldig, n.1. 24 maal, bevat Et. als inleidend Vf. tot de directe rede „antworde", waarvoor in de plaats Vb. weer in de meeste gevallen (22 maal) ,,seide" kiest; éénmaal blijft „antworde" in Vb. gehandhaafd. Het Vf. „riep" komt tweemaal in Et. voor als inleiding tot de directe rede; in één geval wordt het in Vb. door „seide" vervangen, in het andere bevat Vb. een constructie met een participium praesentis: riep hi seggende.2) Conclusie: Als inleiding tot de directe rede gebruikt Et. bij voorkeur „sprac" of „antworde", Vb. daarentegen „seide .

1) Zie bij: B. en „Kortere vormen in het Volksboek", § 4, 2°.

2) Zie: Participiale Constructies, § 27, 1°.

Sluiten