Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bepaling: aneprant > nam in de hant; bovendien is hier het verouderde werkwoord vermeden.

E. Evenals bij andere woordsoorten toont Yb. een verarming van woordkeus in het gebruik van het adverbium „sere". Verschillende adverbiale bepalingen met varieerende functie zien we in Vb. gewijzigd in „sere": wende bitterlike > sere, met groten gere > sere, dankes hem omodelike > sere, bad genadelike > sere. Soms is „sere" in Vb. alléén blijkbaar niet duidelijk genoeg meer en wordt daarom nader aangevuld: pinen sere > seer naerstelic, sagen up malcandere sere > seer droevich. Éénmaal wordt „sere" in Vb. door een andere uitdrukking vervangen: liep so sere > met haesten; blijkbaar is deze beteekenis verouderd of verdwenen.

Afwijkende woordkeus in Vb. in geheel

omgewerkte zinnen.

Het verschil in woordkeus gaat gepaard met syntactische verschillen; in de desbetreffende hoofdstukken worden deze gevallen behandeld. Hiertoe behooren o. a. stereotiep-epische formaties, die in het Volksboek zijn omgewerkt of door geheel andere constructies vervangen.

Wat de overige gevallen betreft, slechts in enkele zinnen gaat de keuze van een ander substantief samen met de omwerking van een heelen zin; het gebruik van een ander werkwoord daarentegen heeft in meer dan de helft der gevallen een afwijkenden zinsbouw ten gevolge.

Talrijk zijn de voorbeelden, waarin een zinsdeel in Vb. wordt uitgebreid tot een bijzin; ook komen enkelvoudige hoofdzinnen in Et. voor, die in Vb. verduidelijkend zijn uitgebreid tot samengestelde zinnen. De oorzaak van beide laatste wijzigingen is de verklarende, beredeneerde bewerking van het epos in het Volksboek.

Betrekkelijk zelden vinden we afwijking van woordkeus gepaard gaande met een korteren zinsvorm in Vb.

Zie voor de genoemde verschillen de desbetreffende hoofdstukken.

Sluiten