Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

VERSCHILLEN BETEEFFENDE HET GEBRUIK VAN HULPWERKWOORDEN x).

9. Bij een beschouwing van de werkwoordsvormen in Rt. en Yb. blijkt, dat de belangrijkste verschillen gelegen zijn in het gebruik der hulpwerkwoorden. Yan de 115 gevallen, waarin Rt. een anderen vorm bevat dan Yb., zijn er:

1°. 61 zinnen, waarin Rt. géén hulpww. gebruikt en Yb. wèl, of waar Vb. meer hulpww. gebruikt.

2°. 21 zinnen, waarin Rt. en Vb. verschillende hulpww. bevatten,

3°. 23 zinnen, waarin we in Rt. wél een hulpww. vinden en in Vb. niet.

Het gebruik van hulpww. is dus in Vb. aanmerkelijk grooter dan in Rt. De onder 3°. genoemde gevallen vragen daarom aanstonds onze aandacht. We kunnen deze 23 gevallen in drie groepen onderbrengen.

a. Allereerst constateeren we 6 gevallen, waarin Rt. een episch futurum bevat (praesens historicum). Het Volksboek heeft hier telkens den vorm van het imperfectum; een episch futurum komt in Vb. niet voor. Voorbeelden:

Et. 753 Nu sal Renout al sonder sparen, // .1. casteel sal hij beginnen. Vb. 65.23 Ende terstont dede Reinout dat casteel beginnen (Vb. beeft hier omschrijving van de causatieve functie.) — Rt. 1007 Hare orsse sullen si bescriden // Ende met Renoude haren bere riden. Vb. 149.5 ende also drae als Reinout rede was ende.... spranc hi op Beiert ende reet met sijn volc na Beurepaer, — Rt. 1165 Aldus sal Renout, sem min leven! // Roelande sine trouwe geven. Vb. 150. 20 ende daer gaven si malcander haer trou.

b. In 12 zinnen bevat Rt. een samengesteld praedicaat, bestaande uit hebben (zijn) + p.p.p., terwijl we in de correspondeerende zinnen van Vb. een imperfectum vinden. Op één

*) Een vergelijking is bij dit hoofdstuk slechts daar mogelijk, waar de teksten geheel of nagenoeg geheel correspondeeren; ik heb hier — in afwijking met de overige hoofdstukken — vergeleken: alle 6 fragmenten van Rt. en de daarmee overeenstemmende gedeelten van Vb.

Sluiten