Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rt. 153 Als Aymijn sijn evelmoet // Vergaen was enz. (volt. tijd). Vb. 25.21 Als Aymijns toernigen moet began te becoelen (incoativum) — Rt. 1568 „Laet mi varen op Roelants geleiden." Yb. 155.12 ic wil op sijn geleide varen." — Rt. 1892 Dat .i. kerke begonnen ware // Tote Colne enz. Vb. 201.2 hoe datmen in Coelen malcen soude een kerke — (het passivum is in Vb. vermeden.) — Rt. 1658 Dat si geruemt hadden die port. Vb. 192.20 dat die Turcken wter stat gheruymt waren (afwijkend hw. van den voltooiden tijd) — Rt. 1148 Dordi mins ontbiden te hant. Vb. 150.16 mer wildi mi hier alleen verwachten, —

Constructies zonder hulpwerkwoord in Et. en met

hulpwerkwoord in VB.

§ 11. In § 9 noemde ik een aantal gevallen, in het verhalende gedeelte van beide teksten, waar het perfectum historicum in Yb. telkens vervangen werd door het imperfectum. Hiervan afwijkend vond ik één zin in Yb. met een perfectum, terwijl Et. een imperfectum bevat. In plaats van Et. 59 Nu camen die .iiij. rudders enz. — heeft Vb. 24.14 Die vier ridders dair ic voir of seide sijn gecomen enz. — Het gebruik van het perfectum is hier in de hand gewerkt door de toevoeging ,,dair ic voir of seide"; het is minder „historisch" dan de genoemde gevallen in Et.

In de oratio recta komen drie gevallen voor, waarin Vb. telkens een perfectisch perfectum en Et. een imperfectum bevat.

Rt. 23 Seeh datten hem sijn moeije sande. Vb. 24.1 ende segt hem datse zyn moye heeft gesent, — Rt. 468 So menigen dienst si u daden. Vb. 62.26 want si u trouwelic gedient hebben — Rt. 1410 „Roelant, u groete behagelhede // Bede Renout wel groten scamp. Vb. 154.6 „Roelant, u grote hoverdie heeft Reinout groote scande ghedaen.

In plaats van een conjunctief gebruikt Vb. een samengesteld praedicaat; eveneens een interessant voorbeeld van den analytischen taalvorm, de modus alléén is niet meer voldoende voor de irreale functie:

Rt. 53 Hi sat of hem ware onderdaen enz. Vb. 24.11 al hadde hi here geweest over al kerstenrijc — Rt. 1931 Doe waende die mester openbare, II Dat hi uten sinne ware, Vb. 201.13 Als dit die meester hoerde waende hi of Reinout een sot geweest hadde — verder: Rt. 207 Vb. 59.9; Rt. 1431—Vb. 154.14.

Tenslotte moet hier nog een zin genoemd worden, waarin Et. een praesens-vorm gebruikt, Vb. strenger logisch een perfectum. Et. 645 „hiers Eenout // Ende bidt mi. Vb. 64.25 hier is Eeinout ende heeft mi gebeden enz.

Sluiten