Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rt. 1140 „Ongedeelt ware dese camp. Yb. 150.14 den camp sonde u gheboren — Rt. 627 In dade, here. Vb. 64.18 „Here coninc, ic en soude niet, —

Als uitzondering bevat Et. een praesens: 631 Mesdoet hi u, ic bem sijn viant. Yb. 64.20 ic soudet op hem wreken.

Den praesens-vorm vinden we in Et. ook in twee afhankelijke vraagzinnen en in een onafhankelijke vraag:

Rt. 475 Verradise, het ware onmate, — // Dit sprac die Avernaes, — // Men soudu houden over dwaes ,// Gevedi up aldus dese heren enz. Vb. 62.29 soudise dus overgeven ende verraden, men enz. — Rt. 681 Hanget men Yewen in sinen lande. Vb. 64.37 dit waer ymmer scande dat men onsen coninc.... in zyn lant hangen soude. (een omgewerkte zinsvorm).

Rt. 1098 „Aerger puten kint, wiltudi // Al noch jegen mi hier setten! Vb. 149.27 ,,Du verwaende geck, soutstu di tegen mi willen settent"

3°. Futurum en modaliteit kunnen in Vb. ook door andere hulpww. dan „sullen" worden uitgedrukt:

Rt. 537 Ende seide, dat hijt gerne dade. Vb. 63.21 ende seide dat hijt doen wonde, — Rt. 591 Dat ic u va dor sine lieve. Vb. 64.5 dat ic doer zijn beliefte u ende uwe broeders gevangen woude senden in Vrancrijc, — Rt. 969 Dese scande ende dit seer // Ne verwinnen wi membermeer. Vb. 148.27 en mogen wij nemmermeer verwinnen — Rt. 1500 Gaerne gevic mi op te hant. Vb. 154.26 ic wil mi gaern in u geleide op geven.

4°. Verschillende modaliteiten worden in Vb. door middel van een hulpww. uitgedrukt, in tegenstelling met Et. Met behulp van „willen" worden bevelende zinnen uit Et. verzacht, of omgewerkt tot vriendelijk vragende zinnen. Ook is de conjunctief in Vb. niet meer voldoende voor de modale functie (vgl. 2°.):

Rt. 73 Ende comen van den coninc van Vrankrike, // Dat gi croont Lodewike. Vb. 24.22 dat ghi comen wilt tot Parijs ende cronen zyn sone Lodewijc. — Rt. 392 Ende omboot Yewen bi brieve, // Dat hi hem dor sine lieve // Sende die mordadige liede. Vb. 61.35 oft coninc Yewijn te lieve ende om grote vrienscap van coninc Karei hem senden woude de vier broeders de enz. — Rt. 760 „So wi dat vername, // Dat hi totter roche quame, Vb. 65.26 Doe dede Reinout ontbieden doertlant: wie totter roetsen woude comen woenen, Reinout soude enz. — Rt. 926 Dat hi hem te hulpe quame. Vb. 148.11 of hi comen woude hem te hulpe tegen Roelant.

Sluiten