Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Adhortatieve zinnen vormt Vb. met behulp van „laten":

Rt. 237 „So vare wi dan!" seide Renout. // „So doe wi dan!" seide Ridsaert. Yb. 59.22 Doe seide Reynout: „Laet ons dair varen." — Rt. 257 „Wi rusten om bat, wi sijn moede. Vb. 59.28 „Laet ons rusten want wi sijn moede."

Het hulpww. „mogen" kan een rustige zekerheid uitdrukken:

Rt. 248 Hi seide: ic bem sonder sorgen, // Ic zie sconinx Yewen borgen." — Yb. 59.26 Doe seide Wridsaert: „Wij mogen nu wel sonder sorge wesen want ginder staet Yewijns burch." — In een ontkennenden zin: Rt. 632 Ende hine sal niet met sinen knapen // Nachts met gemake slapen, — Vb. 64.20 alsoe dat hi mit vreden niet en soude mogen slapen.

„Mogen" als hulpww. in een vragenden zin:

Rt. 907 Ende vragede omme niemare, // Ende waer die coninc Yewe ware. — Vb. 148.1 Ende als si in Gascoengen quamen vraechden si waer den coninc Yewijn mochte sijn.

Als omschrijving in een optatieven of imperatieven zin gebruikt Vb. het hulpww. „moeten":

Rt. 1095 Alse help mi sente Simoen! Vb. 149.21 also moet mi God helpen: — Rt. 1180 „Swich, God verwate di, Dannoeis! — Vb. 150.28 „Swijcht" seide Roelant tot Ogier „dat die scande geschien moet. Rt. 1537 Edele grave, riddre fier, // Dese proije laeti hier!" Vb. 155.8 „Roelant neve, gi moet hier laten uwen roef."

5°. Vollediger vormen vinden we in het Volksboek, wanneer een op zich zelf gebruikt werkwoord van Et. in Vb. vervangen wordt door een hulpww., gevolgd door een infinitief. We vinden hiervan 2 voorbeelden bij het werkwoord „willen" en eveneens 2 gevallen bij „comendit laatste werkwoord komt in Rt. niet voor als hulpww. gevolgd door een infinitief, wèl door een p.p.p. (vgl. § 9, c.):

Rt. 1930 Here inne wille so vele niet." Vb. 201.12 Ic en wil so veel niet hebben. — Rt. 174 Hi wille dat ic hem spanne crone. Vb. 25.32 Ende nu willen si begeren dat ic hem cronen sal. („willen" is hier omschrijvend hulpww., vormt een verzwaard praedicaat).

Rt. 1291 Si sullen comen gemenelike // Die .xn. genoete van Vrankrike. Vb. 151.35 so sullen wy comen riden met haesten. — Rt. 1061 Maer doe sach Roelant, die heelt goet, // Renout comen in sijn gemoet. Vb. 149.13 Als si dus reden versach Roelant den eedele grave Reinout na hem comen riden.

Sluiten