Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6°. De overige gevallen, waarin Vb. wèl en Et. geen hulpwerkwoord bevat, zijn misschien te verklaren als duidelijker zegswijze in Vb.x) Ben omschrijving van de causatieve functie vinden we in 2):

Rt. 430 Ende riep te rade sonder sparen // Alle sine man, die daer waren, Yb. 62.8 ende dede de baroenen heimelic bi hem comen, — Rt. 758 Doe omboot Renout Yb. 65.2 Doe dede R. ontbieden —

Rt. 719 So mogedi // .1. huus maken — Vb. 65.12 so moechdi u

casteel laten tymmeren —

Het gebruik van een hulpww. is inderdaad het gevolg van den logischen, verklarenden stijl van het \olksboek in:

Rt. 522 Als Lambert sprac dese wort, // Ysoreit enz. — Vb. 63.8 Als Ysoreit here Lambert dese woerden hoerde spreken, wert hij toernich.

Rt. 569 Die veete suldi wel gedragen. Vb. 63.32 hi sal u de oerlogen tegen coninc Karei wel helpen dragen (in Vb. is het perfectieve ,,ge vervallen).

Rt. 1942 Doe ginc Renout pinen sere. Vb. 201.15 Met dese woerden ginc Reinout staen werclcen („pinen" is blijkbaar in die beteekenis verouderd).

Conclusies aangaande de verschillen, wat betreft het

gebruik van hulpwerkwoorden.

1. Het gebruik van hulpwerkwoorden is in Vb. aanmerkelijk grooter dan in Et.

2. Een episch futurum komt in Vb. niet voor; eveneens verdwijnt in Vb. het epische perfectum historicum.

3. Herhaaldelijk vinden we op correspondeerende plaatsen een afwijking wat betreft de keuze van het hulpwerkwoord.

4. Het futurum en allerlei modale functies drukt Vb. in tegenstelling met Et. uit door middel van een hulpwerkwoord.

5. De neiging tot verduidelijken is in Vb. ook een oorzaak van het veelvuldig gebruik van hulpwerkwoorden.

*) Zoo ook: P. 38 Doe ne wasser jonc no oude, // Die hem sette jeghen Reinoude. — Vb. 36.12 de hem teghen Reinout setten dorst, —

2) Hiertegenover bevat Rt. een geval met omschrijving, dat in Vb. ontbreekt. Zie § 9, c.

Sluiten