Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

accus. — partic. perf." tweemaal in Et., éénmaal in Yb., correspondeerend met een der gevallen in Et.:

Kt. 836 „Al dat ic sculdech bem te do ene?" (Vb. 147.4 of hi voldaen hadde). Rt. 594 Ende ic u allen haestelike // Gevaen sende in Vrancrike." Vb. 64.5 dat ic doer zijn beliefte u ende uwe broeders gevangen woude senden in Yrankcrijc. — Rt. 938 Hi wildem geven gevaen, (een corresp. plaets ontbreekt in Vb.).

Verbindingen van een Vf. met twee accusatieven.

17. Dergelijke verbindingen komen zeer zeldzaam voor. In één correspondeerend stel zinnen is de tweede accusatief een praedicatief attribuut. Verder komen nog in Et. twee zinnen voor, stereotiep-epische constructies, waarin het Yf. verbonden is met een voorwerps-accusatief èn een bijwoordelijken accusatief.

Rt. 466 Men sal u heten verrader hiernaer, // Dat weit wel, over .M. jaer. Vb. 62.25 men sal u over dusent iaer verrader hieten.

Rt. 723 Hine mochtu niet .i. pere // Deren binnen .C. jaren. (Vb. 65.12 want hi en mach u niet deren) —- Rt. 816 Inne ontsie u niet .i. bies. (een corr. plaats in Vb. ontbreekt.).

Verbindingen van een Vf., met een adjectief of een

adverbium, en een accusatief.

18 Deze verbinding is veel frequenter in Et. dan in Vb. In Et. vond ik 17 voorbeelden, in Vb. slechts 4. De gebruikte werkwoorden zijn alle ook zonder toegevoegd adjectief of adverbium transitief aan te wenden, op één uitzondering na. Dit is „anegaen", dat in Et. tweemaal1) gebruikt wordt en in Vb. als

verouderde vorm wordt vermeden 2).

Uitbreiding van het Vf. met een adjectief komt zelden voor: driemaal, in correspondeerende zinnen vinden we „dootslaen", éénmaal in Et. ,,lanc-maken' :

1) Rt. 607, 664; beteekenis: doen, verrichten. „

2) Ook in P. komt „ane-gaen" voor; in de beteekenis van „te lijl gaan . Een correspondeerende plaats ontbreekt in Vb.

P. 43 Ende ghinc hem so vaste an // Datti wel .xxx. bedden ghewan.

Sluiten