Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rt. 452 Daer si slougen jamerlike // Doot den coninc Lodewike. — Vb. 62.18 ende sloegen sinen soen Lodewije doot, — eveneens: Rt. 830 — Vb. 147.1, Rt. 852 — Vb. 147.10. Rt. 893 Wat holp dat iet u machte lanct (een corr. zin ontbreekt in Vb.).

Het aantal verbindingen Tan een Vf., uitgebreid met een adverbium, en een accusatief bedraagt in Rt. 12, in Yb. slechts 1; n.1. 60.3 ende stakent omhoge boven haer bannieren. — Et. gebruikt bier een voorzetselbepaling: 271 Ende stakent boven up .i. scacht. — Wat de 12 gevallen in Et. betreft, 6 maal ontbreekt in Yb. een correspondeerende zin en 5 maal gebruikt Vb. een transitief werkwoord zonder toegevoegd verduidelijkend adverbium, Bijv.: up-geven > senden, ane-gaen > doen, uut ende uut-seggen > seggen. Éénmaal heeft Vb. een voorzetselbepaling toegevoegd in plaats van een adverbium: Et. 141 Si hieven op die scone vrouwe. Vb. 25.15 Si hieven vrou Ayen van der aerden.

De verbinding van een reflexief of transitief Vf., uitgebreid door een voornaamwoordelijke bijwoord, komt vooral in Vb. zelden voor:

Rt. 641 „Hierup willic mi beraden." Vb. 64.24 „Ie sal mi dair op beraden." — Rt. 273 Ende Renout banter an de crone. (Vb. 60.4 de croen was dair boven op gebonden). — Rt. 618 Want ic souder up doen werken // .1. huus van al suiker sterken. (Vb. 64.14 ic sal daer een casteel op doen maken).

Verbindingen van een Vf., uitgebreid met een voorzetselbepaling, en een accusatief.

§ 19. De verbinding van het Vf. met den accusatief zonder meer is in deze gevallen niet voldoende; talrijk zijn hierbij de voorzetselbepalingen, die een plaats of richting aanduiden.

Het aantal gevallen bedraagt in Et. 20, in Vb. 16, waaronder veel correspondeerende zinnen (13). Hiervan zijn er 6 met plaatsbepalingen. B.v.:

Rt. 28 Brinc die ridderen in die sale. Vb. 24.3 ende brengetse in die sale: — Rt. 961 Haer outste kint heeft si genomen // Bi der hant. Vb. 148.23 haer ioncste kint namse bijder hant ende is gecomen enz.

Verzwaard is de voorzetselbepaling door een voorafgaand adverbium in „boven up .i. scacht" (Et. 271, zie vorige §).

Sluiten