Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

seker, vroet, wijs en milde, éénmaal een genitief van oorzaak bij bet adjectief: vto. Voorbeelden:

Rt. 784 Doe sprac Yewe, sijt des wijs: 385 Des willic dat gi seker sijt: 574 Des waric in therte vro. (in Vb. ontbreekt telkens een correspondeerende zin).

Bij impersonalia vinden we in Et. tweemaal de zaak, die den gemoedstoestand veroorzaakt, in den genitief-vorm:

Rt. 40 Dat seit de bouc, wien soos wondert (de epische formule ontbreekt in Vb.). 291 Hem behages harde wale, (Vb. 60.11 als hisesach, was hi blide).

Overigens vinden we den genitief als object bij ww. die een gevoel uitdrukken: scamen, belghen (beide in Rt.); die een uiting van den wil, een gedachte of werkzaamheid van den geest te kennen geven: bidden, lien, geloven, in inne werden (telkens in Rt.), weten, trouwe (sekerheü) geven (in Rt. èn Vb.), vermogen (in Vb.); die: doen, zich inspannen, beteekenen: doen (in Rt. en Vb.), plegen, verdienen (in Rt.).

Tenslotte éénmaal bij „geval hebben" in Rt.: 565 Mach Renout, die helt van prise, // Kinder hebben, als hi sal, // Bi uwer dochter, heift hijs geval enz.

In een aantal gevallen komt naast den genitief van de zaak in het zinsverband ook de datief van den persoon voor x):

Correspondeerend: Rt. 628 Des willic u geven mine trouwe. Vb. 64.18 des wil ic u geven mijn sekerheit.

R t.: 95 Wi bidden s u genadelike. 993 Ende bat hem dies omoedelike.

Vb.: 25.35 Ende desgel ij cs souden si mi mede doen. 61.5 wi willen volcomen wes gi ons hiet."

Verbindingen van het Vf. met een bijwoord en met een

voorzetselbepaling.

§ 23. De neiging in Vb. tot verklaren en verduidelijken bemerken we ook ten opzichte van de verbindingen met een adverbium in Rt. In een aantal gevallen verduidelijkt Vb. de „richting" door een voorzetselbepaling. Blijkbaar is de oude verbinding met een adverbium niet meer voldoende. Bijv.:

J) Eén voorbeeld in P., zie noot, § 15.

Sluiten