Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rt. 67 Si bogen neder vele sciere // An Haymijn alle .iiij. Vb. 24.19 Doe vielen die vier heren over haer knien voir Aymijns voeten, Rt. 141 Si hieven up die scone vrouwe. Vb. 25.15 Si hieven vrou Ayen van der aerden — Verder: Rt. 205 — Vb. 59.8, Rt. 837 Vb. 147.6.

Éénmaal vinden we verduidelijking door toevoeging van een tweede adverbium, waardoor feitelijk een voornaamwoordelijk bijwoord gevormd wordt: saten op > saten dair up. Een tot praefix geworden adverbium wordt in Vb. vervangen door een voorzetselbepaling, terwijl tevens bet verouderde werkwoord ontbreekt: aneprant > nam in die hant.

Een verbinding van een Vf. met een adverbium wordt in Vb. tweemaal verduidelijkt in een verbinding met nominalen casus, waaraan bovendien nog een voorzetselbepaling is toegevoegd: braken dore > braken met cracht de scaren, reden wech > reden met haesten haerre vaert.

Een Vf., waarin een richting wordt uitgedrukt is in Vb. vervangen door een Vf. verbonden met een voorzetselbepaling in. si beetten > treden van den paerde, wiken > vliet uten crite.

Opmerking 1. Onder de voorbeelden bevindt zich een zin, waarin Rt. „bogen neder" bevat, terwijl in Vb. de richting verduidelijkt wordt door een voorzetselbepaling. Dit is afwijkend van: Rt. boech neder over sine knie > Vb. gruete hi hem. — Vb. drukt hier geen richting meer uit: de concreet-plastische of symbolische voorstelling is vervangen

door de abstracte.

2. In tegenstelling met de neiging van Vb. tot verklarende uitbreiding door middel van een voorzetselbepaling vinden we: Rt. Renout beette van sinen orsse up die eerde > Vb. sat van sijn paert. Een overbodige voorzetselbepaling is hier in Vb. vermeden.

Conclusies aangaande de verbindingen met het Vf.

1. Het aantal verbindingen met een datief is in Et. grooter dan in Vb.; o. a. een gevolg van de bekorting in Vb., het weglaten van hetgeen voor een goed begrip „overbodig" is.

2. In het meerendeel der zinnen wordt in den datief genoemd degene, in wiens richting een handeling verricht wordt door een levend wezen met een substantief in den accusatief; deze meerderheid is in Et. minder groot dan in Vb.

3. Andere datief-functies zijn weinig talrijk, vooral in \b.; o. a. de possessieve datief, de datief in verbinding met „sijn + adjectief", de dativus commodi en incommodi.

Sluiten